Moeten we af van het idee dat “de Bijbel het Woord van God is”?

Volgens Alain Verheij zouden we af moeten van het idee dat “de Bijbel het Woord van God is”. Maar waarom zouden we dat moeten? Wat zou er mis zijn met de Bijbel? Verheij geeft wat voorbeelden, maar duidelijk lijkt toch wel dat je niet zomaar een willekeurige zin uit de Bijbel kunt pakken en die letterlijk moet toepassen. De Bijbel is een boek waarvan iedere zin in het verband gelezen moet worden om deze te kunnen begrijpen.

Vervolgens zou volgens Verheij Bijbellezen “kwalijk kunnen uitpakken” waarbij hij verwijst naar de Nashville-verklaring. Maar velen zullen erkennen dat de Bijbel geen ruimte laat voor andere seksuele relaties dan die in het monogame huwelijk tussen man en vrouw.

Verheij noemt daarna als voorbeelden de wijze waarop satan in de woestijn de Here Jezus verzoekt. Maar wie deze Bijbelgedeelten (Matth. 4:1-11; Lukas 4:1-13) over de verzoeking goed doorleest zal het volgende opvallen: Eén keer doet de satan een voorstel zonder uit het O.T. te citeren. En twee keer citeert satan een tekst uit het OT. En drie keer wijst de Here Jezus de voorstellen van satan af. Want duidelijk is, dat blijkt wel uit het tekstverband, dat satan het O.T. willekeurig citeert.

Het is in dit verband opvallend dat de Here Jezus satan terechtwijst, niet door op Zijn gezag als de Zoon van God te wijzen, maar door op een goede wijze uit het O.T. te citeren.

Tot slot doet Verheij iets opmerkelijks: het lijkt erop alsof hij de Bijbel en Jezus Christus tegen elkaar uitspeelt. Het lijkt erop alsof hij de Here Jezus van de Bijbel wil losweken. Want “Christus is het Woord van God”. En “niet het bijbeltje waarmee ik door het land trek, al is het kostbaar en is de Bijbel natúúrlijk het boek dat ik meeneem als ik maar één werk mag meenemen naar een onbewoond eiland. Nee, het Woord van God is een persoon.”

De redeneringen van Verheij roepen bij mij toch wat vragen op. Want waarom zou nu juist uitgerekend de Here Jezus, het Woord van God, zo vaak citeren uit O.T. citeren? Niet alleen tegenover satan, maar ook tegenover Zijn tijdgenoten. Tegenover de zgn. Emmausgangers “verklaarde Hij [=Jezus] hun wat er in al de Schriften over Hem [=Jezus] geschreven stond, en Hij [=Jezus] begon bij Mozes en de Profeten.” (Lukas 24:27). Waarom zou Jezus dit hebben gedaan als de Bijbel niet Gods Woord zou zijn? Waarom zou Jezus dit hebben gedaan? Had Hij niet veel beter of gemakkelijker op de Emmausgangers hebben kunnen wijzen op het feit dat Hij, de gekruisigde maar nu opgestande Heer, naast hen loopt?

Verheij eindigt met de woorden: “Echt geloof overstijgt het zwart op wit, overstijgt het onpersoonlijk papier, overstijgt het gestolde woord, want het lééft.

Echt gelooft is gebaseerd op het “zwart op wit”. Merk op hoe vaak de Here Jezus en de apostelen de uit het O.T. citeren om hun geloof te verduidelijken. Het papier waarop de Bijbel geschreven c.q. gedrukt is mag dan onpersoonlijk zijn, de Goddelijke woorden zeker niet. “Overstijgt het gestolde woord, want het lééft“. Wat Verheij daarmee bedoelt is mij niet geheel duidelijk. Als ik Johannes 3:16 lees, dan zie ik daarin toch meer dan “gestolde woorden”. In die woorden hoor je immers de levende Christus als het ware levendig tot je spreken. De woorden “gestolde woord” komen erg negatief over, maar belangrijker, geven niet het respect en eerbied waarmee de Here Jezus en de apostelen om gingen met het op schrift gestelde Woord van God.

Niet voor niets schrijft Paulus:

“Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus.” (Romeinen 10:17)

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten.” (Kolossenzen 3:16)

De apostel Paulus schrijft verder in 2 Timotheus 14-17: “Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd, en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

Persoonlijk hecht ik dan toch meer waarde aan de woorden van Paulus. Bovendien: als de Here Jezus, de Zoon van de levende God, de Bijbel citeerde, wie zou ik dan zijn om dat niet te doen? Want Christus leren kennen, dat gaat alleen maar door het biddend bestuderen van het schriftwoord.

Om de betekenis van het schriftwoord (door Verheij “gestolde woord” genoemd) moet je moeite doen. De Engelse Bijbelleraar A.W. Pink zei: “No verse of Scripture yields its meaning to lazy people.” (Geen vers uit de Bijbel geeft zijn betekenis aan luie mensen).

De woorden van kerkvader Augustinus zij hier van toepassing: “Als je alleen dat gelooft in het Evangelie wat je goed vindt, en de verwerpt wat je niet goed vindt, dan geloof je niet in het Evangelie, maar in jezelf“.

Pleiaden en Orion

In het Bijbelboek Job, in hoofdstuk 38:31, worden de sterrengroep Pleiaden en het sterrenbeeld Orion genoemd. Zie ook Job 9:9, Amos 5:8 en Jesaja 13:10. De Pleiaden is een typische wintersterrengroep en de Orion is een typisch wintersterrenbeeld.

Wanneer zijn de Pleiaden en de Orion te zien (uiteraard bij onbewolkte hemel)? Het sterrenbeeld Orion is vanaf november t/m maart goed zichtbaar. De sterrengroep Pleiaden is het best waarneembaar vanaf oktober tot april. In de zomermaanden staan de Pleiaden laag aan de oostelijke horizon en zullen daarom meestal minder goed zijn waar te nemen.

Israël: gevonden zegels sterke aanwijzing bestaan profeet Jeremia

Zegels gevonden in Israël met daarop de inscriptie “Gemariah zoon van Saphan” en “Baruch zoon van Neriah” zijn een sterke aanwijzing dat de Bijbelse profeet Jeremia werkelijk bestaan heeft (iets waar Christenen niet aan zullen twijfelen). De persoon Gemariah, een ambtenaar onder koning Johojakim, komen we tegen in Jeremia 36.

Is de koran het “derde testament” van de Bijbel?

Dr. Johann Hinrich Claussen, de culturele vertegenwoordiger van de EKD, zou in een recensie in de Frankfurter Allgemeine Zeitung op 10 oktober de koran een “derde wil” hebben genoemd.

De EKD culturele officier lijkt het te zijn eens met de islamitische opvatting dat het noodzakelijk werd om de ware openbaring van God te corrigeren. Dit vereiste een nieuwe profeet om de uiteindelijke waarheid aan ons te openbaren, en daarna zou niemand anders komen.
Jezus Christus is dus niet langer de Zoon van God, maar wordt gedegradeerd tot een profeet. De Drie-eenheid is immers, vanuit een islamitisch oogpunt, ook achterhaald.

Het standpunt van de ECD is ook aangepast: “De uitdaging is om te spreken van Christus, maar op een zodanige wijze dat het geloof van de ander niet wordt gedevalueerd of onwaar verklaard.” De kerk onthoudt zich van “eenrichtingscommunicatie“, wil niet langer optreden als “organisator” en “provider“, maar zal haar eigen aanbod profileren, concentreren en, indien nodig, verminderen in nauwe en duurzame coördinatie met maatschappelijke partners.
In duidelijke taal, dus niet langer spreken van Christus. Want de exclusiviteit van Jezus Christus kan worden gezien als aanmatigend en arrogant in een religieus pluriforme samenleving.”

56 “Maria”verschijningen “niet echt” volgens RK-kerk

De 56 vermeende “Maria”verschijningen in Amsterdam die tussen 1945-1959 zouden hebben plaatsgevonden zijn niet echt. Dat oordeel kan niet verwonderlijk zijn, omdat “Maria” zou hebben verzocht om een vijfde dogma betreffende haar persoon “dat Maria naast Christus als medeverlosser zou moeten stellen.” Christenen erkennen enkel en alleen de Here Jezus Christus als de enige Verlosser (Joh. 14:6; 1 Timotheus 2:5).

Kerstfeest 2020

En het geschiedde, toen zij [Jozef en Maria] daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.” Lukas 2:6-7 NBG 1951

Zo op het eerste gezicht geen indrukwekkende geschiedenis. Een kind wordt geboren. Dat is op zich niet zo ongewoon. Al eeuwenlang worden er dagelijks over de hele wereld kinderen geboren. Waarom staan Christenen dan eens per jaar stil bij de geboorte van dit, zo op het eerste gezicht, doodnormale kind?

Omdat er toch iets bijzonders is met dit Kind. Dit kind is het eerste en enige Kind dat wel een aardse moeder heeft, maar geen aardse vader. De Vader van dit Kind is niemand minder dan de almachtige God, de Schepper van hemel en aarde en al het leven, Zelf (Luk. 1:26-35). Hij is het daarom alleen al waard om aanbeden en geprezen te worden (Matth. 2:11).

En nog meer om de reden waarom Hij naar deze aarde gekomen is: om ieder mens die in Hem gelooft te redden van de eeuwige straf (Joh. 3:16). En dat deed Hij door voor onze zonden te sterven aan het kruis (1 Kor. 15:13; Gal. 1:4; 1 Petr. 3:18).

Met Kerst vieren we de komst van de Here Jezus. Maar we staan dan ook stil bij het feit dat Hij eens zal terugkomen. Niet meer als een kleine baby, maar als Rechter van het heelal (2. Tim. 4:8). Om dan het eeuwige en laatste oordeel te voltrekken: eeuwig leven voor wie geloven, maar de eeuwige straf voor wie niet in Hem geloofden (Joh. 3:36).

Kan astronomie een verklaring voor de ster van Bethlehem geven?

Kan de astronomie een verklaring voor de ster van Bethlehem geven? Sommigen zeggen dat deze ster mogelijk een komeet, een supernova, de planeet Jupiter of een stel planeten dicht bij elkaar (conjunctie) is geweest. Maar gezien wat we erover lezen in het Evangelie naar Mattheus (2:1-12) lijkt dit niet heel waarschijnlijk.

Wat is het dan geweest? Een vroom verzinsel van de Bijbelschrijvers? Ook dat is niet waarschijnlijk, want niets in Mattheus wijst er op dat hij aan het fantaseren was. Bovendien zou dit haaks staan op de Bijbel als het betrouwbare Woord van God.

Maar wat was het dan wel?

In het Oude Testament lezen we over de zgn. “shekinah” (inwonende) heerlijkheid van God. Dat is een visueel zichtbare manifestatie van God op aarde d.m.v. verschijnselen in de natuur. Het Hebreeuwse woord “shekinah”, afgeleid van het werkwoord “shakan” (inwonen) zelf komt niet in het Oude en Nieuwe Testament voor. Het werd door de Joodse schrijvers aan het eind van de Oudtestamentische periode geïntroduceerd. Het werd gebruikt om o.a. de volgende gebeurtenissen te beschrijven:

  1. de aanwezigheid van God te midden van Zijn volk (Exodus 19:16-18; 40:34-38; I Koningen 6:13)
  2. de heerlijkheid van God in de tempel (2 Kronieken 7:1)
  3. God die woont in de bergen (Psalm 68.16-18; Joël 3:17)

De “shekinah” heerlijkheid van God is op verschillende manieren zichtbaar:

  1. een vuur en een brandende struik (Exodus 3:2; Zacharia 2:5)
  2. een wolk (Exodus 24:16-18; Exodus 33:9; 1 Koningen 8:10-13)
  3. een kolom van vuur en rook (Exodus 13:20-22)

Bij de ster van Bethlehem zou ik zelf dan ook in de eerste plaats willen denken aan een in een helder licht zichtbare verschijning van de heerlijkheid van God waarin Hij ons wijzen op de geboorte van Zijn Zoon, als vervulling van vele profetiën in het Oude Testament. Opmerkelijk is dat alleen een groep niet-Joden, de zgn. “wijzen uit het Oosten” dit teken hebben herkend!

Ga daarom vooral niet voorbij aan de betekenis van de geschiedenis van het Kerstfeest. Dat de Here Jezus, de Zoon van God, Mens werd, om te sterven aan het kruis voor onze zonden, om ons te kunnen redden van de eeuwige straf, om zo het plan van Zijn Vader te vervullen (Johannes 3:16). Laat u met Hem verzoenen voordat het te laat is (1 Kor. 5:20).

Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij rust op zijn schouder
en men noemt hem Wonderbare Raadsman,
Sterke God,
Eeuwige Vader,
Vredevorst
. (Jesaja 9:5, NBG1951)