Roken en “de tempel van de Heilige Geest” (1 Kor. 6:19)

Dat roken niet bevorderlijk is voor de gezondheid mag duidelijk zijn. Dat Christenen een voorbeeld zouden moeten geven door niet te (gaan) roken of te stoppen met roken ook. Regelmatig wordt roken in verband gebracht met het welbekende 1 Kor. 6:19. Daar schrijft Paulus: “Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van den Heiligen Geest?” De redenering is dan meestal in de trant van: Je lichaam is een heilig, een tempel van de Heilige Geest, en die horen we niet te beschadigen door te roken. En hoe aantrekkelijk deze redenering ook lijkt, er valt wel iets op dit, wat ik persoonlijk gemoraliseer vind, af te zeggen.

Als eerste. het verband waarin Paulus deze woorden schrijft, verwijst naar de volgende zonden: “hoereerders, afgodendienaars, overspelers, ontuchtigen, die bij mannen liggen, dieven, gierigaards, dronkaards, lasteraars, rovers“.

Ik krijg tot sterk de indruk dat de zonden waar Paulus het over heeft van een heel andere aard zijn dan roken (hoezeer we deze gewoonte ook moeten afwijzen). Een aantal van de door Paulus genoemde zonden liggen tegenwoordig nogal gevoeling omdat ze steeds meer geaccepteerd worden, ook in de kerken.

Bovendien, moet je dan ook niet zaken als fastfood, waar ook velen onder te lijden hebben, gaan afwijzen? Of geldzucht?

Kortom: stoppen met roken, is een goed idee. Maar een beroep hiervoor op 1 Kor. 6:19 zonder het noemen van wat Paulus zelf schrijft lijkt mij niet de juiste weg.

Sociale gevolgen sluiting kerken vallen mee?

Dat in de nabije toekomst veel kerken gesloten worden door allerlei oorzaken (kerkverlating, hoge onderhoudskosten, vergrijzing) is duidelijk, waarbij volgens sommigen dat gevolgen heeft voor de “sociale cohesie” in het dorp. Maar deze social gevolgen lijken, volgens onderzoek van het Katholiek Nieuwsblad, erg mee te vallen omdat de sociale functies van de kerk “moeiteloos” overgenomen worden door lokale maatschappelijke organisaties waardoor dorpen het gemakkelijk zonder kerk zouden kunnen stellen. Als dit werkelijk zo is, dan zou je je kunnen afvragen wat zo’n kerk aan gedaan heeft aan de verkondiging van het Evangelie in Woord en daad.

“Te midden van een pandemie laat het Christelijk verhaal van Pasen ons de kracht van hoop zien”

“Te midden van een pandemie laat het Christelijk verhaal van Pasen ons de kracht van hoop zien”. Klopt, maar alleen als die hoop niemand anders is dan de Here Jezus, de Zoon van God, die door Zijn opstanding de dood overwon en iedereen die in Hem gelooft het eeuwige leven geeft om niet (Joh. 3:16; Titus 2:13).

De Heer is waarlijk opgestaan!

  1. Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was.
  2. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere gelegen heeft.
  3. En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd.
  4. En zij gingen haastig van het graf weg, met vrees en grote blijdschap, en zij snelden weg om het Zijn discipelen te berichten. [Matth. 28:5-8, HSV]

Pasen: het belang van de opstanding van de Here Jezus uit de dood

Morgen mogen we weer het Paasfeest vieren. Vieren dat de Here Jezus, op na een schijnproces op Goede Vrijdag werd gekruisigd en stierf aan het kruis, voor ons opstond uit de dood.

De belangrijke, en een centrale boodschap van de Bijbel is dat de Here Jezus, de Zoon van God, onschuldig stierf aan het kruis voor onze zonden. Onze zonden, onze schuld tegenover God kan enkel en alle vergeven worden door het offer dat de Here Jezus bracht aan het kruis (zie bijvoorbeeld Rom. 5:6; Gal. 3:13; Hebr. 9:26 en 1 Petr. 2:24). Maar waarom moest Jezus weer opstaan uit de dood? Door Zijn dood betaalde Hij toch voor al onze zonden?

In Rom 1:4 en Efeze 1:19-20 schrijft Paulus dat de opstanding van de Here Jezus uit de dood het ultieme bewijs is van de kracht van God. In 1 Kor. 15:1-3 leen we dat (1) Jezus stierf voor onze zonden en begraven werd in overeenstemming met de Schriften, en (2) dat Hij op de derde dag opstond uit de dood, ook in overeenstemming met de Schriften. In vs. 12-19 schrijft Paulus dat als de Here Jezus niet uit de dood is opgestaan, zijn prediking zonder waarde is, dat wij nog steeds in zonde zijn en er geen hoop meer voor ons is. In de verzen 22-23 wijst Paulus erop dat net zoals Christus uit de dood is opgewekt, ook allen die in Hem zijn gestorven, de gelovigen, eens uit de dood zullen worden opgewekt.

Dat betekent dat onze redding en verlossing van beide, dood en opstanding, afhankelijk zijn.

Atheïsten en moderne theologen hebben vaak moeite met de opstanding van de Here Jezus uit de dood en vallen deze ook regelmatig aan. Waarom? Er is een aspect aan de opstanding die hen meestal niet erg aanspreekt. Door de opstanding van de Here Jezus uit de dood heeft God immers de mensheid ervan verzekerd dat in de toekomst een Dag van oordeel zal zijn en de Rechter niemand minder dan de opgestane Heer en Heiland (Hand. 17:30-31; Hebr. 9:27). Dan zullen degenen die Hem liefhebben en in Hem geloven het eeuwige leven binnengaan (Joh. 3:16). Maar zij die Hem niet hebben liefgehad en niet in Hem wilden geloven wacht het eeuwige oordeel (Joh. 3:36).

Laat Pasen niet alleen een feestelijke herinnering aan de opstanding van de Here Jezus zijn. Maar altijd ook aan Zijn wederkomst in glorie en heerlijkheid als Rechter over het laatste en eeuwige oordeel.