Wat heeft de kerk tegen homo’s?

Op de website van de EO wordt antwoord gegeven op de lezersvraag: “Wat heeft de kerk tegen homo’s?“. En tevens ook op de vraag: “Is de Bijbel wel zo duidelijk over homoseksualiteit?

Deze vragen komen wat suggestief over. Alsof de Christelijke kerk persoonlijk wat tegen homo’s zou hebben. Alsof de Bijbel niet zo duidelijk zou zijn over homoseksualiteit.

De kerk heeft als het goed is helemaal niets tegen homo’s persoonlijk. De kerk erkent de Bijbel als het foutloze en betrouwbare Woord van God, de Schepper van hemel en aarde en al het leven. Daarmee erkent de kerk het enige, absolute en hoogste goddelijk gezag van de Bijbel over de hele schepping. De Bijbel is voor de kerk enige en hoogste gezag voor het hele kerkelijk leven. En daarmee ook voor de individuele gelovige.

De Christelijke kerk is daarom ook altijd serieus met de geboden en verboden in de Bijbel omgaan. Omdat de kerk gelooft dat er meer is dan het leven op deze aarde. De kerk verwacht ook de terugkomst van de Here Jezus en daarmee ook het laatste en eeuwig oordeel over alle mensen. Alleen zij die geloven in de Here Jezus kunnen behouden omdat Hij voor hun zonden aan het kruis is gestorven (Joh. 3). Wie gelovig of Christen is geworden accepteert niet alleen in grote verwondering en dankbaarheid het offer dat de Here Jezus bracht aan het kruis. Hij geeft daarmee te kennen dat hij ook serieus en oprecht volledig wil leven zoals God dat van hem vraagt. Vandaar dat Christenen, als het goed is, serieus omgaan met God en Zijn Naam, en ook met hun medemensen. Christenen zullen o.a. afgoderij, liegen, stelen, moorden, uitbuiting van zwakken, jaloersheid, geldzucht en ook verkeerde seksuele praktijken als incest, hoererij, seks met minderjarigen en seks met dieren afwijzen. En het monogame huwelijk (in de Bijbel per definitie tussen man en vrouw) en de bijbehorende trouw, en eerbied voor ouders hoog houden. Ontrouw en overspel is uit de boze en echtscheiding kan in principe alleen in uitzonderlijke gevallen (bijv. bij overspel).

Algemeen wordt erkend dat de Bijbel over homoseksuele praktijken duidelijk afwijzend is. De Bijbel waarschuwt ernstig voor de eeuwige gevolgen van het leven in zonde (Rom. 1; 1 Kor. 6:9-11). Vandaar dat de Christelijke kerk zich ook altijd, juist uit liefde en zorg ook voor de homoseksuele medemens, heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van homoseksuele praktijken. En uiteraard ook andere zonden.

Wie het antwoord leest op de lezersvragen zal waarschijnlijk toch wat opmerkelijke zaken opvallen. Zie o.a. het (wat langer) citaat geheel onder.

De schrijver lijkt nogal veel waarde te hechten aan “onze veranderde context” die “een ander licht doet schijnen op de aloude bijbelteksten“. De hoogste norm lijkt dus niet meer te zijn wat in de Bijbel staat, maar in onze situatie. De Bijbel lijkt te worden beoordeeld vanuit onze situatie en niet andersom.

Verder wordt uitgegaan van een vermeende kloof die Christenen zouden ervaren “tussen hun eigen tijd en die van de Bijbel“. Waar komt die kloof door? Komt dat door de Bijbel? Of door de mens die uit zichzelf niets met God heeft? En is de werkelijke kloof niet tussen ons mensen van alle tijden en dat wat zo duidelijk in de Bijbel staat?

Het is waar dat homoseksuele praktijken “in bijbelse tijden per definitie buitenechtelijk was“. Dat kan niet anders, omdat ze in de breedste zin van het woord werden afgewezen. Dat geldt overigens ook voor incestueze relaties, hoererij en seks met dieren. Maar om te stellen dat “het bijna altijd ‘losbandig’” was, wat we nu “mensenhandel, orgies of kindermisbruik” zouden nomen, lijkt een te sterke bewering. Onderzoek heeft laten zien dat ook in de tijd van de Bijbel homoseksuele relaties “in liefde en trouw” voorkwamen. Mensenhandel, orgies en kindermisbruik kwamen in die tijd van de Bijbel, evenals ook in onze tijd, voor. Datzelfde geldt voor liefdevolle homoseksuele relaties.

Dat er onmiskenbaar een kloof is tussen de Bijbel en onze tijd is duidelijk. De oorzaak van die steeds groter wordende kloof is m.i. niet de Bijbel, maar de mens, die steeds verder afdwaalt van God en Zijn Woord. We zien in Gen. 3:6 (Eva die de verboden vrucht goed vindt), 1 Sam. 13 (Saul die toch offert ondanks te wachten en dit te laten doen door de profeet Samuël), 1 Sam. 15 (Saul die koning Agag en een aantal dieren van Amalek toch in leven laat) en 1 Kon 13 (profeet die niet luistert naar expliciet bevel van God) en wat de gevolgen zijn als wij ons laten leiden door “onze veranderde context” i.p.v. het expliciete gebod dat God heeft gegeven. Niet onze steeds veranderende context moet onze norm zijn, maar het Woord van God zelf.

Is het zoeken naar een “noodoplossing” in de Bijbel een begaanbare weg? Er worden diverse voorbeelden genoemd waarin de wetten die in de Bijbel zelf staan overtreden zouden worden vanwege een noodsituatie.

Zo aten David en zijn mannen van de toonbroden (1 Sam. 21) waarvan alleen de priesters mochten eten. Overigens krijgt David de toonbroden niet zomaar. Hij en zijn mannen moeten zich de afgelopen tijd van vrouwen hebben onthouden (1 Sam. 21:6). Staat op het ongeloorloofd eten daarvan expliciet de doodstraf? Ik heb het in de Bijbel niet kunnen vinden. Misschien als de broden gestolen zouden worden. Daar is hier geen sprake van. David vraagt netjes aan de priesters om het brood. De Here Jezus verwijst naar deze gebeurtenis als Hij door de Farizeeën en Schriftgeleerden wordt aangesproken als Zijn discipelen aren plukken op de sabbath (Matth. 12:1-14; Mark. 2:1-2; Luk. 6:1-11).

Jezus maakt duidelijk dat op sabbath zonder problemen bepaalde werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. Immers, ook de priesters deden op de sabbath dienst in de tabernakel en tempel (Matth. 12:5). Verder maakt Hij duidelijk dat het gebod om te rusten op de sabbath niet bedoeld is als gebod op zich, maar met het welzijn van de mens op het oog (Mark. 2:27). Vanzelfsprekend help en red je dan ook je medemens en een schaap dat dreigt te verdrinken (levensonderhoud in die tijd), ook op sabbath. En erg belangrijk is om te zien dat de Farizeeën en Schriftgeleerden in deze geschiedenis de macht en het gezag van Jezus als de Zoon van God ter discussie stellen. Jezus gaat hier in tegen de door de Farizeeën en Schriftgeleerden zelf bedachte wetten en regeltjes die ze stelden boven de wetten van Mozes. Want nergens in het OT lezen dat aren plukken op sabbath verboden was. De Here Jezus maakt de Farizeeën en Schriftgeleerden duidelijk dat voor hen dienen van God gezocht werd in het strikt houden van zelfbedachte wetten en regels, ook de later door hen zelf toegevoegde, en niet een zaak van het hart. Ook in onze tijd komen we mensen tegen die door mensen bedachte wetten en regels erg belangrijk vinden.

Dan de veelbesproken “noodleugen“, waarvan we voorbeelden vinden in de Bijbel, zoals:

  1. Ex. 1:15-21 (de Israëlitische vroedvrouwen die liegen tegen farao)
  2. Jozua 2:1-6 (Rachab die de verspieders beschermt door te liegen tegen de koning van Jericho)
  3. 1 Sam. 19:14-17 (Michal die twee keer ten haar vader, koning Saul, liegt om haar man, David, te redden)
  4. 2 Sam. 17:17-21 (een onbekende vrouw die liegt om 2 mannen van David, Ahimaaz en Jonathan, te beschermen tegen Absalom)

In de Bijbel wordt de handelwijze van de vroedvrouwen niet afgewezen, sterker nog, we lezen dat God hen juist wel doet om wat ze hebben gedaan (Ex. 1:20). Ook Rachab ontvangt lof voor wat ze deed (Joz. 6:25; Hebr. 11:31; Jak. 2:25). Terwijl ze formeel gesproken niet de waarheid hadden gesproken (Ex. 20:16; 23:2; Lev. 19:11; Col. 3:9l Ef. 4:25).

Het is goed te bedenken dat de Bijbel een “gewone” leugen afwijst (zie bijv. Ps. 5:7). Er zou echter geen sprake van een “vals getuigenis” zijn als de waarheid niet vertelt wordt om de onschuldige medemens te redden. Gehoorzaamheid aan God gaat boven gehoorzaamheid aan mensen (Hand. 5:29).

Tot slot de apostel Paulus die het “single zijn superieur acht“. Maar “als je je niet kan beheersen, moet je toch maar trouwen. Een soort ‘noodhuwelijk’ dus“. Alsof Paulus het huwelijk als iets minderwaardig zou zien. Maar als we 1 Kor. 6-7 lezen dan zien we dat Paulus het single zijn niet op een hogere plaats zet. Paulus legt mensen die kennelijk om wat voor reden dan ook uit elkaar waren gegaan op om weer samen met elkaar te leven (1 Kor. 7:9-10). Immers, Paulus heeft het huwelijk hoog, immers, het huwelijk tussen man en vrouw is een beeld van de relatie tussen de Here Jezus en Zijn gemeente (Ef. 5). En in 1 Kor. 6:16 verwijst hij nog expliciet naar Gen. 2:24. Of je nu getrouwd bent of single, belangrijk is voor Paulus dat je je persoonlijke situatie inzet om de Heer te dienen.

Uit al deze genoemde voorbeelden van zgn. “noodoplossingen” is mij onduidelijk hoe je deze zou kunnen inzetten om het absolute verbod in de Bijbel op homoseksuele relaties te omzeilen (Gen. 19; Lev. 18:22; 20:13; Richt. 19; Rom. 1; 1 Kor. 6:9-11; 1 Tim. 1:10). Is het niet opmerkelijk dat er in de Bijbel géén enkel voorbeeld is van een homoseksuele relatie die als “noodoplossing” wordt geaccepteerd? Zou men in al die eeuwen nooit met een dergelijke relatie zijn geconfronteerd? Onwaarschijnlijk, ook omdat voor en in de tijd van Paulus dergelijke relaties wel degelijk aanwezig waren.

We zijn inderdaad allemaal zondaars, maar dat mag geen reden zijn om wat de Bijbel expliciet afwijst als goed te accepteren. “Een liefdevolle, trouwe én ingezegende relatie is sowieso beter dan enig andere vorm.” Maar is dat werkelijk waar? Geldt dit in het algemeen? Moeten we deze uitspraak dan ook toepassen op vrijwillge incestueze relaties tussen volwassenen of relaties tussen meerdere personen?

Nogmaals, de kerk heeft niets tegen homo’s. Sterker nog, ook de kerk zoekt het beste voor homo’s door hen in liefde te wijzen op de Bijbel. De Bijbel is immers heel duidelijk afwijzend als het gaat om homoseksuele praktijken. De Bijbel wijst homoseksuele praktijken niet af om de homoseksuele medemens te dwars te zitten, maar juist met het oog op zijn welzijn en eeuwigheid. Gezien de ernstige waarschuwingen in de Bijbel wat betreft homoseksuele praktijken lijkt het onverstandig om de kloof tussen de Bijbel en ons groter te maken dan die al is. En dat geldt voor alle zonden.

———————————————————————————————————–

Anders kijken naar dezelfde Bijbel
De kwestie is namelijk dat onze veranderde context een ander licht doet schijnen op de aloude bijbelteksten. Sinds 2001 is er in Nederland iets mogelijk wat nooit in de geschiedenis een optie was en waar de Bijbel geen rekening mee kon houden: homo’s kunnen elkaar officieel eeuwig trouw beloven. En als sindsdien christenen in ons land, en in een groeiend aantal landen, de Bijbel lezen en daar de ferme afwijzingen van homoseksualiteit tegenkomen, denken ze dus steeds vaker: maar dat gaat over heel iets anders dan de homo’s die ik ken.

Christenen zijn eraan gewend dat er een kloof ligt tussen hun eigen tijd en die van de Bijbel. Maar die kloof is dus in 2001 op dit punt een stuk wijder geworden. Homoseksualiteit was in bijbelse tijden per definitie buitenechtelijk. Bovendien was het bijna altijd ‘losbandig’; we zouden het tegenwoordig mensenhandel, orgies of kindermisbruik noemen.
……
De Bijbel over een ‘noodoplossing’
De aanzetten daarvoor vind je al in de Bijbel. Jezus geeft diverse keren de voorkeur aan een ‘noodoplossing’. Hij acht het juist de sabbatsgeboden te overtreden om iemand te genezen – je haalt immers op die dag ook een schaap uit een kuil. En David mocht volgens hem de toonbroden eten (waar de doodstraf op stond) puur omdat hij honger had.

Later is hierop bijvoorbeeld de ‘noodleugen’ gebaseerd: je mag tegen Duitse bezetters liegen als je daarmee het leven van onderduikers redt. En zelfs de strengste gereformeerden hebben altijd toegestaan dat hulpdiensten ook op zondag werken.

We zijn het als christenen dus gewend de ene waarde tegen de andere af te wegen. Paulus geeft daar nog een boeiend voorbeeld van. Single zijn acht hij superieur, maar als je je niet kan beheersen, moet je toch maar trouwen. Een soort ‘noodhuwelijk’ dus.

De komende jaren gaan we alom in orthodox Nederland een pleidooi horen voor een ‘noodhomohuwelijk’. Men zal stellen dat een homorelatie misschien niet het ideaal is, maar dat geen enkele relatie ideaal is. We zijn allemaal zondaars, zal keer op keer klinken, en homoseksualiteit is niet opeens een heel speciale zonde – als het al een zonde is. En bovendien zíjn de relaties er al. Een liefdevolle, trouwe én ingezegende relatie is sowieso beter dan enig andere vorm.

Comments are closed.