Preken

Bij een preek denken we meestal direct aan het verhaal dat een voorganger houdt tijdens een kerkdienst. Een preek duurt gemiddeld tussen de 20-30 minuten. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Maar wat is een preek? Waarom preken? Waar moet een goede preek aan voldoen? En wie mag preken?

Wat is een preek?

Een preek hoort te zijn: de uitleg en toepassing van een gedeelte uit de Bijbel. Ieder gedeelte uit de Bijbel bevat, naast het feitelijke verhaal, een boodschap van de eigenlijke Schrijver, God Zelf. Die boodschap is niet alleen voor de hoorders van toen. Die boodschap is ook voor de hoorders van onze tijd.

Waarom preken?

Niet altijd zal de betekenis van een Bijbelgedeelte duidelijk zijn voor de toehoorder. Dat ligt niet aan de Bijbel. Gods Woord is duidelijk en helder. Door de zonde, die voor verwijdering van God zorgt, is de mens niet altijd meer in staat de klare boodschap van de Bijbel te begrijpen. Het is de taak van de voorganger om te laten zien dat de Bijbel helder en duidelijk spreekt over God, het kruis, Jezus Christus, Zijn terugkomen naar de aarde in de toekomst, het eeuwige leven voor wie in Hem geloven, maar ook de eeuwige straf (de hel) voor wie Hem niet willen erkennen als Koning.

De Bijbel is voor de gelovigen van alle tijden, alle plaatsen en alle culturen actueel. Ook voor de “moderne” mens van de 21e eeuw. De boodschap van de Bijbel hoeft door de voorganger niet actueel gemaakt te worden. Eenvoudigweg omdat deze dat al is. De voorganger moet juist laten zien dat de boodschap die Gods Woord ons wil duidelijk maken, ook voor ons en onze tijd actueel en van toepassing is.

Waar moet een goede preek aan voldoen?

Een aantal eisen waaraan een goede preek moet voldoen zijn:

1. een preek moet dicht bij de Bijbeltekst blijven. Het gebeurt regelmatig dat een voorganger een Bijbeltekst leest, en vervolgens een preek houdt vol met (on)waarheden,  die echter geen (directe) relatie hebben met de gelezen Bijbeltekst.

2. een preek moet duidelijk zijn voor de hoorders, de kerkgangers. Voor vrouw en man, jong tot oud. Voor de intellectueel en degene met minder verstandelijke capaciteiten. Geen moeilijke woorden. Een preek moet geen voordracht voor theologen worden. Een preek mag niet gebruikt of misbruikt worden door de voorganger om de gemeente onder de indruk te brengen van zijn prachtige redevoeringen en presentatie. Een preek moet de boodschap van het gelezen Bijbelgedeelte helder en duidelijk weergeven. Zonder omhaal van woorden. Zonder deze te misbruiken voor eigen doeleinden. Zonder deze van haar kracht te beroven.

3. een preek moet laten zien dat de Gods Woord absoluut gezag heeft over alle mensen, niet alleen de kerkgangers. Ook al erkennen we het gezag van God en Zijn Woord niet, we vallen er onder, en dat zal duidelijk worden als Zijn Zoon Jezus Christus terugkomt naar de aarde. Daarvoor moet de voorganger ook voortdurend waarschuwen. Want eens komt de dag van Gods oordeel. En voor een bekering is het dan te laat.

4. een preek moet de aan het kruis gestorven maar ook de weer uit de dood opgestane Here Jezus Christus als Heer en Heiland verkondigen. De Here Jezus laat een aantal keren duidelijk merken dat het hele Oude Testament over Hem spreekt. Het Oude Testament is niet het verslag van een oud-oosterse godsdienst. Ook het Oude Testament is, samen met het Nieuwe Testament, Woord van God. Waarheid die door God op diverse manieren aan mensen is bekend gemaakt. En weer opgeschreven door profeten die door Gods Heilige Geest Zelf geïnspireerd werden.

5. en natuurlijk nog een paar praktische punten: een preek moet duidelijk hoorbaar zijn. Dat wordt bereikt door het duidelijk en niet te snel uitspreken van de woorden. Een preek moet verder niet te lang zijn (20-30 min. maximaal). En aangezien in steeds meer kerken een beamer aanwezig is, kan deze gebruikt worden ter ondersteuning van de preek.

6. een preek moet gaan over een beperkte Bijbeltekst en een duidelijke centrale thema of boodschap hebben die rechtstreeks aan de betreffende Bijbeltekst zelf is ontleend.

7. als verwerking van een preek is het misschien goed om na de dienst in kleine groepjes verder te discussiëren. Misschien is het als voorganger handig om wat discussievragen op papier te hebben en deze uit te delen.

Wie mag preken?

Mag alleen degene die in het ambt van predikant bevestigd is, de dominee, preken?  Dit is wel de praktijk in veel kerken.  Wie predikant wil worden, dient in de regel een academische theologische studie gevolgd en afgerond te hebben. Deze duurt in het algemeen ruim 6 jaar.

De Bijbel kent het ambt van dominee, zoals wij dat nu kennen, niet. Wie de Bijbel leest, merkt dat in de samenkomst voor ieders gelovige inbreng plaats mag en moet zijn. Daarom mag het verkondigen van het Woord niet beperkt worden tot de dominee alleen. In Handelingen lezen we Stefanus, iemand die aangesteld was voor wat wij nu de diaconie zouden noemen, die vurig het Woord verkondigde en daarom vermoord werd door zijn Joodse tijdgenoten.

Natuurlijk is het belangrijk dat degene die voorgaat goed opgeleid en thuis is in de Bijbel en ook in staat te zijn de boodschap over te brengen op de hoorders. Maar dat is niet per definitie de academisch opgeleide theoloog. Gaven van God en studie sluiten elkaar niet uit. Samengevat mogen we concluderen dat de verkonding van het Woord, de kansel, open dient te staan voor een ieder die een opbouwend woord te verkondigen heeft. Voor wie dwaalleer of valse leer verkondigt, mag uiteraard geen plaats zijn op de kansel.

Bij sommige dominees in onze kerken leverde dat onbegrip op. “Heb je een stem van God gehoord?” was een reactie van een dominee op mijn gedrevenheid het Evangelie te verkondigen. Of: “Dat is niet geregeld in onze kerken”. En dan mag het blijkbaar ook niet. De irritatie wordt vaak nog groter als je vraagt waar het in de Bijbel staat dat alleen een dominee het Woord mag verkondigen. Of dat een preekconsent alleen is voor dominees en zij die daarvoor studeren. Natuurlijk moet goed geregeld worden wie het Woord verkondigt. De kerken beschermen tegen dwaalleer, dat zou m.i. het doel moeten zijn van de regelgeving omtrent het preekconsent. Maar niet het beperken van het preekconsent tot dominees of zij die daarvoor studeren. Dat laatste staat m.i. op gespannen voet met de Bijbelse gegevens.

Na veel moeite heb ik in mei 2007 preekconsent gekregen voor de regio Kampen van de Nederlands Gereformeerde kerken. Na een jaar werd het preekconsent op advies van de NGP (Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding) niet verlengd omdat dit niet in overeenstemming zou zijn met kerkelijke regelgeving zoals opgenomen in het AKS. Het verlenen van een preekconsent aan mij zonder dat ik aan de formaliteiten voldoe, zou niet motiverend zijn voor de studenten die daar veel voor moeten doen en hun rechtspositie schaden.

De vraag is of een afgestudeerd wetenschappelijk theoloog meer recht heeft op een preekconsent dan een broeder die niet een dergelijke opleiding heeft gedaan, maar wel de gaven, kennis en vaardigheden heeft om voor te gaan en zich daar ook voldoende in heeft bekwaamd.

Als de kerken een preekconsent verlenen aan broeders van wie de kwaliteit van de preken consequent duidelijk minder is dan hen die daarvoor studeren, dan is deze moeite te begrijpen. In het geval dat de kwaliteit van preken niet minder is, dan is deze moeite wat mij betreft minder te begrijpen. Het gaat immers om de kwaliteit van de preken.

Veel kerken blijken in de praktijk er geen moeite mee te hebben mij uit te nodigen om voor te gaan in en kerkdienst. Dat is m.i. terecht. De plaatselijke kerkenraad is immers verantwoordelijk voor wie in de kerk voorgaat.

Preken van het Woord van God = Woord van God

Wie het Woord van God preekt, spreekt het Woord van God. Prediking van het Woord van God = het Woord van God. Dat betekent niet dat de voorganger ex-cathedra spreekt en de kerkgangers hem kritiekloos moeten volgen. Maar het legt juist grote verantwoordelijkheid bij degene die voorgaat. Hij moet zich in het brengen van de boodschap alleen laten leiden door Gods Woord en Zijn leiding door de Heilige Geest. Hij moet beseffen dat wat hij spreekt, namens God moet zijn, en niet zijn eigen boodschap. Zijn preek moet daarom ook kritisch getoetst worden aan het absolute gezag van het Woord van God. Dat is ook de taak van de gemeenteleden. Die natuurlijk wel moeten luisteren naar de preek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *