Leviticus 18:22 en 20:13

Volgens sommigen is het verbod op homoseksuele handelingen in deze verzen beperkt tot dat wat gebeurde in de heidense Kanaänitische tempeldienst. De schrijver van Leviticus zal deze praktijken zeker in gedachten hebben gehad bij het opschrijven van deze verzen. Homoseksuele tempel prostitutie was in die tijd de meest geaccepteerde vorm van homoseksuele praktijken. Toch is er veel voor te zeggen dat het gebod niet tot de heidense Kanaänitische tempeldienst beperkt is. De schrijver gebruikt in deze teksten de veelgebruikte woorden voor man (זָכָר (zakar)) en vrouw (אִשָּׁה (‘ishshah)). De schrijver had het verbod op homoseksuele praktijken kunnen beperken tot wat in de heidense cultus gebeurde door specifiek de woorden gebruikt voor tempelprostituees te gebruiken (קָדֵשׁ (qadesh)) en (קְדֵשָׁה (qĕdeshah)), zoals in Deut. 23:17. Verder is het opmerkelijk dat het verbod op homoseksuele praktijken in Lev. 20:13 niet direct volgt op het verbod op het brengen van kinderoffers (20:2-5), maar geplaatst is tussen de verboden op overspel (20:10-12) en incest (20:14-16).

Kennelijk heeft de schrijver van Leviticus de intentie gehad homoseksuele praktijken in de breedste zin van het woord af te wijzen om het volk Israël te beschermen en heilig voor God te houden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *