Gen. 19: Sodom en Gomorrah

Het eerste Bijbelverhaal waarin homoseksuele praktijken aan de orde komen is ongetwijfdeld Genesis 19. Deze geschiedenis gaat over de steden Sodom en Gomorrah en hun ondergang. Lot, de neef van Abraham, ontfermt zich over de twee vreemdelingen die in Sodom in de poort zaten. Hij neemt hen mee naar huis. Maar laat in de avond wordt het huis van Lot omsingeld door alle mannelijke inwoners, van jong tot oud. Ze willen dat Lot de twee mannen aan hen overdraagt, zodat ze hen kunnen leren “kennen”. Lot weigert, en wil zelfs zijn dochters i.p.v. zijn twee gasten aan hen geven. De inwoners van Sodom worden nog bozer op Lot en dreigen hem meer kwaad aan te doen dan ze van plan waren met de twee mannen. De twee mannen verblinden de inwoners van Sodom, zodat ze de deur van het huis van Lot niet meer kunnen vinden. Dan druipen ze af. De volgende dag worden de steden Sodom en Gomorrah door God met vuur vernietigd.

Volgens de traditionele uitleg werden deze steden gestraft vanwege de homoseksuele praktijken die daar werden bedreven. Volgens sommige modernere uitleggers werden de steden gestraft vanwege hun ongastvrijheid die zich o.a. liet zien in een mislukte poging tot een groepsverkrachting van twee vreemdelingen.

Veel homoseksuelen zullen aangeven dat ze zich niet in dit afschuwelijke verhaal zullen herkennen. Deze geschiedenis gaat toch niet over duurzame homoseksuele relaties in liefde en trouw?  Ze zijn immers niet gewelddadig, en het idee van een groepsverkrachting zal niet in hen opkomen. Sommigen wijzen erop dat het in dit verhaal juist gaat om heteroseksuele mannen die op gewelddadige wijze een homoseksuele groepsverkrachting willen plegen.

Toch zijn er wel degelijk aanwijzingen dat ook in deze Bijbelgeschiedenis homoseksuele relaties veroordeeld worden.

1. Oude schrijvers als Philo van Alexandrië (Abraham 135-137 en Vragen over Genesis 4.37) en Josephus (Antiqiteiten 1.200-201), maar ook oude joodse geschriften als het Testament van Naftali 3.4 wijzen op de homoseksuele aspecten van de zonde van Sodom en Gomorrah.

2. Het woord “kennen” heeft duidelijk een sexuele betekenis, zoals vaker in het OT (Gen. 4:1, 1 Sam. 1:19). In 19:8 lezen we dat Lot de mannen van Sodom zijn dochters aanbiedt. Lot zegt van hen dat ze “geen man bekend hebben”. Hij bedoelt daar heel duidelijk mee dat ze nooit met een man geslapen hebben, niet dat ze nooit met een man hebben kennisgemaakt!

3. Lot biedt zijn dochters aan om zijn mannelijke gasten te sparen. Deze daad van Lot roept diverse vragen op. Maar de mannen van Sodom willen niet op dit aanbod van Lot ingaan. Ze willen perse de mannen. Dit alleen al laat zien dat het onwaarschijnlijk is dat het om een poging tot een homoseksuele groepsverkrachting door alleen heteroseksuelen gaat. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat Lot zijn dochters aanbood omdat hij een homoseksuele verkrachting erger vond dan een heteroseksuele verkrachting en zo de inwoners van Sodom en Gomorrah voor een nog erger oordeel van God wilde sparen.

4. In Ezech. 16:49-50 vertelt van de sociale misstanden in Sodom en Gomorrah. Maar we lezen ook dat ze een gruwel bedreven in de ogen van de HEER. Dit woord gruwel (to’evah) verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de homoseksuele praktijken die in deze steden werden bedreven. Dit wordt bevestigd door de volgende aanwijzingen:

a. de uitdrukking “deden gruwelijkheid” vinden we ook in Lev. 20:13, dat verwijst naar seksuele praktijken tussen mannen.

b. In Ezech. 18:10-13 maakt onderscheid tussen het “verdrukken van de arme en behoeftige” (5e zonde) en het begaan van een “gruwel” (9e zonde). In Ezech. 18:12-13 wordt het woord gruwel in het enkelvoud gebruikt en verwijst het naar één enkele specifieke zonde. Daarnaast wordt ook het meervoud gruwelen gebruikt, dat samenvattend verwijst naar daarvoor genoemde meerdere zonden. Hetzelfde vinden we in Lev. 18:22, waar gruwel verwijst naar homoseksuele praktijken, en Lev. 18:23-26 (waar gruwelen samenvattend verwijst naar voorafgenoemde zonden).

c. In Ezech. 22:11 en 33:26 vinden we ook het woord gruwel, waar het verwijst naar zonden op sexueel gebied.

5. Judas 7 en 2 Petr. 2:6-10 verwijzen naar de zonde van Sodom en Gomorrah. Ze “pleegden ontucht” en liepen “achter wezens aan die anders waren dan zijzelf”, duidelijk een verwijzing naar de homoseksuele praktijken van Sodom en Gomorrah.

De veronderstelling dat deze geschiedenis verwijst naar een homoseksuele groepsverkrachting door heteroseksuelen is m.i. niet aannemelijk. Zelfs al was dat wel het geval geweest, dan nog bevat deze geschiedenis een veroordeling van homoseksuele praktijken, bedreven door wie dan ook.

Gezien het gewelddadig karakter van de geschiedenis van Sodom en Gomorrah is dit verhaal minder geschikt om te gebruiken in het gesprek met homoseksuelen. Velen zullen zich immers niet in het gewelddadige aspect herkennen.

Toch mogen we niet de conclusie trekken dat dit verhaal niets te zeggen heeft over homoseksuele praktijken in het algemeen. De rest van de Bijbel, maar ook andere oude geschriften, laten zien dat ook in de Bijbelgedeelte homoseksuele praktijken op zich veroordeeld worden. Zo is ook deze geschiedenis uit de Bijbel een waarschuwing tegen ongastvrijheid maar ook tegen het bedrijven van homoseksuele praktijken.

Het is goed om te bedenken dat de geschiedenis in Genesis 19 plaatsvond voordat God door Mozes Zijn wetten aan het volk Israël gaf. Zoals wat we lezen in Leviticus 18:23 en 20:13. Op wat voor wijze dan ook moeten de inwoners van Sodom en Gomorrah, waarschijnlijk ook door de prediking van Lot, geweten hebben dat wat ze deden verkeerd was in Gods ogen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *