Homoseksuele relaties in de Bijbel?

Volgens sommigen kunnen we in de Bijbel voorbeelden vinden van goedgekeurde homoseksuele relaties. Een bewijs dat de Bijbel homoseksuele relaties die “monogaam zijn, en in liefde en trouw“, niet afwijst. De vraag is natuurlijk of deze claims waar zijn.

1. Ruth en Naomi

Sommigen beweren zelfs dat Ruth, die zwanger werd van Boaz, de “draagmoeder” zou zijn geweest van het kind van haar relatie met Naomi. Dit zou moeten blijken uit Ruth 4:16-17. Maar het voorgaande vers, Ruth 4:15, laat zien dat de relatie tussen Naomi en Ruth ook nu nog eenvoudig die tussen schoonmoeder en schoondochter is.

Een lesbische relatie tussen Naomi en Ruth zou bovendien ingaan tegen wat de Bijbel in Lev. 18:15 verbiedt.

Kortom: er is geen enkel bewijs dat Naomi en Ruth een lesbische relatie hadden.

2. David en Jonathan

Als we 1 Sam. 18:1-14 en 20:41-42 lezen, ontdekken we dat de band tussen David en Jonathan duidelijk zeer innig was. Na het overlijden van Jonathan was David zeer verdrietig (2 Sam. 1:23-27). Sommigen zien in dit verhaal het voorbeeld van een homoseksuele relatie. En koning Saul zou in 1 Sam. 20:20 duidelijk zijn afkeer hierover hebben uitgesproken. David zou volgens sommigen dan ook een homoseksueel zijn geweest.

3. Daniël en Aspenaz

We lezen van Aspenaz, de overste van de dienaren van de koning van Babel, in 1 Dan. 1:3. In 1 Dan. 1:9 lezen we dat God Daniël genade en barmhartigheid gaf in de ogen van deze overste.

Maar er is geen enkel bewijs dat hier sprake zou zijn van een homoseksuele relatie tussen de Jood Daniël en de heiden Aspenaz. Bovendien, als Daniël en zijn vrienden geen onrein voedsel wil eten aan het hof van de koning (Daniël 1:8) vanwege wat het OT leert (Lev. 11) lijkt het niet onwaarschijnlijk dat hij met een homoseksuele relatie geen problemen zou hebben (Lev. 18 en 20).

4. Jezus en Johannes

In het Evangelie naar Johannes wordt de discipel Johannes vijf keer discipel genoemd “die Jezus liefhad” (13:23; 19:26; 20:2-4; 21:7; 21:20). In Joh. 13:23 wordt genoemd dat hij bij de het Pesach maal “lag aan de boezem van Jezus“.

Er is echter geen enkel bewijs dat er een homoseksuele relatie zou zijn tussen de Here Jezus en deze discipel.

5. De Romeinse hoofdman en zijn knecht

In Mattheus 8:5-13 en Lucas 7:1-10 lezen we van een Romeinse hoofdman van wie de knecht ernstig ziek is. We kunnen uit de tekst opmaken dat de hoofdman gesteld is op zijn knecht.

Maar er is geen enkel bewijs dat hier sprake zou zijn van een homoseksuele relatie. Het lijkt niet erg waarschijnlijk dat deze hoofdman, die hield van het volk Joodse volk en zelfs een synagoge had laten bouwen, en daarom ook geliefd was bij de Joden, tegen de uitdrukkelijke wetten van het Joodse volk zou ingaan.

Conclusie

In al deze gevallen is er geen enkel bewijs dat er daadwerkelijk sprake zou zijn van een homoseksuele relatie.

In de Bijbel vinden we dan ook geen enkel bewijs voor een goedgekeurde, homoseksuele relatie. Dat er door sommigen zelfs wordt beweerd dat uitgerekend Jezus en Johannes een homoseksuele relatie zouden hebben, laat wel zien hoe wanhopig men is in het vinden van een goedgekeurde homoseksuele relatie in de Bijbel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *