De Bijbel en homoseksualiteit

Een gevoelig onderwerp, Bijbel en homoseksualiteit. Ook in de kerken maakt dit onderwerp heel wat los. Werd homoseksualiteit vroeger in vrijwel alle kerken afgewezen, tegenwoordig worden homoseksuele relaties in steeds meer kerken als aanvaardbaar gezien. Homoseksuele ambtsdragers, waaronder ook voorgangers, zijn steeds minder taboe. Vanzelfsprekend horen we respectvol, liefdevol en met zorg met onze naaste om te gaan. Ook de homofiele en homoseksuele. Aan de andere kant kunnen en mogen christenen hun ogen niet sluiten voor wat de Bijbel als betrouwbaar en gezaghebbend Woord van God leert over dit onderwerp. Dan kunnen spanningen ontstaan.

Voorop staat daarom uitdrukkelijk dat christenen op geen enkele wijze homohaters of homofoben mogen en kunnen zijn. Een christen hoort als vanzelfsprekend zijn medemens, ook de homoseksuele, met liefde te benaderen. Als christen moet je ook bereid zijn je eigen fouten onder ogen te zien. Maar ook moet je bereid zijn om een ander in alle liefde op zijn of haar in de ogen van de God van de Bijbel zonde of zondige levensstijl te wijzen. Helaas wordt je dan tegenwoordig wel al snel zo neergezet als je op grond van je geloof in de Bijbel als het Woord van God homoseksuele praktijken afkeurt. Daar is helaas steeds minder ruimte voor. Niet alleen buiten de kerk, maar meer en meer ook binnen de kerk.

1. Belangrijke Bijbelteksten die gaan over homoseksualiteit

In het algemeen worden de volgende Bijbelteksten als de belangrijkste gezien als het gaat over dit onderwerp:

1. Genesis 1:27; 2:18-24
2. Genesis 19 : 4-11
3. Leviticus 18 : 22 en 20 : 13
4. Rechters 19 : 17-25
5. Matth. 19 : 1-9 en Mark. 10:1-11
6. Romeinen 1 : 22-31
7. 1 Kor. 6 : 9-11 8
8. 1 Tim. 1 : 9-11
9. Judas 7 en 2 Petr. 2:6-7, 10

Hieronder volgt een korte bespreking van bovengenoemde Bijbelteksten en wordt gekeken wat ze ons nog te vertellen hebben over homoseksuele praktijken.

1. Gen. 1:27; 2:18-24

Deze teksten vertellen ons hoe God in het begin de mens schiep. Eerst schiep God de man, en later uit de man, de vrouw. Verder leren we uit deze teksten dat God zag dat het niet goed was dat de man alleen is. Daar maakte God voor hem de vrouw. God maakte geen man voor de man, maar een vrouw.

Belangrijk bij de uitleg van deze gedeelten is de vraag of we Genesis als een historisch boek moeten gelezen. Of moeten we m.n. Gen. 1-11 meer als poëtisch lezen? Tot nog toe zijn m.i. weinig overtuigende argumenten gegeven om Genesis anders te lezen dan als een historisch boek. Duidelijk mag zijn dat we dan op gespannen voet staan met de moderne wetenschap, die leert dat de het universum, de aarde en al het leven ontstaan en geëvolueerd is in de loop van miljarden jaren. Als we de hele Bijbel als gezaghebbend erkennen voor ons hele leven, dan kunnen we niet anders dan wat de moderne wetenschap leert, afwijzen. Helaas accepteren velen, ook binnen de kerken, de evolutietheorie.

2. Gen. 19:4-11

Dit is het bekende verhaal van de vernietiging van Sodom en Gomorrah. Als reden voor de ondergang van deze steden werd lang geleerd dat dit de homoseksuele praktijken waren die in deze steden zeer overvloedig voorkwamen. Tegenwoordig wordt meer en meer geleerd dat Sodom en Gomorrah vernietigd werden vanwege hun ongastvrijheid en poging tot homoseksuele verkrachting van bezoekers, in dit gevallen engelen van God in mensengedaante. Anderen beweren dat de inwoners van Sodom en Gomorrah alleen maar met de twee bezoekers kennis wilden maken. Over tegenwoordige homoseksuele relaties “duurzaam en in liefde en trouw” zou dit Bijbelgedeelte ons eigenlijk niet veel te vertellen hebben.

Maar in Gen. 18:20-21 lezen we al dat God plannen heeft om Sodom en Gomorrah vanwege ernstige zonden te vernietigen. De poging tot een gewelddadige homoseksuele groepsverkrachting van de twee bezoekers, die later plaatsvindt, kan dan ook niet de reden alleen zijn geweest van de vernietiging van de beide steden. Verder kan het woord voor “nemen” (Gen. 19:5) inderdaad ook “kennismaken” betekenen. Maar die betekenis hoeft het niet altijd te hebben. In Gen. 4:1 lezen we bijvoorbeeld:

“Adam bekende Eva en zij werd zwanger” (SV). “Adam had gemeenschap met Eva en zij werd zwanger.” (NBV)

Eva wordt zwanger worden als gevolg van Adam die haar “bekende”. Dit wijst op de geslachtsgemeenschap die Adam met zijn vrouw Eva heeft gehad.  Verder lijkt het onzinnig als Lot in vs. 6 zou beweren dat zijn dochters nooit met mannen, bijvoorbeeld die van Sodom en Gomorrah, “kennis gemaakt” zouden hebben. Lot bedoelt duidelijk dat ze nooit met een man het bed gedeeld hebben. Ze hebben nog nooit met een man geslachtsgemeenschap hebben gehad. Ook hier wordt “nemen” overduidelijk in een seksuele setting gebruikt . Wat de mannelijke inwoners van Sodom en Gomorrah willen zijn is helder: homoseksuele praktijken. Ook in Ezech. 16:48-50 lezen we dat God “gruwelijk” vond dat wat de inwoners van Sodom deden.

In het gewelddadige karakter van de vele zonden bedreven in Sodom en Gomorrah zullen de meeste homoseksuelen zich niet herkennen. Daarom moeten we ook voorzichtig zijn Sodom en Gomorrah ongenuanceerd met alle homoseksuelen te verbinden. Maar het zou te ver gaan om te stellen dat deze complexe geschiedenis ons niets te vertellen heeft over homoseksuele praktijken.

3. Leviticus 18:22/20:13

De teksten vertellen ons vrij duidelijk dat homoseksuele praktijken in Gods ogen een “gruwel” zijn. Daar zijn zowel voor- en tegenstanders het wel over eens. Voorstanders van homoseksuele praktijken doen daarom hun uiterste best om deze teksten aan te allen. Zo zeggen sommigen dat het hier gaat om cultische en heidense homoseksuele praktijken zoals die gevonden werden in Kanaän. De teksten zouden dan niet van toepassing zijn om hedendaagse homoseksuele relaties “duurzaam en in liefde en trouw”. Verder wordt wel een gesteld dat de wetten van het OT, en dus ook deze teksten niet meer gelden voor gelovigen die leven in de periode na het NT. De wet is toch vervuld door de Here Jezus (Matth. 5:17) en volgens Paulus afgeschaft (Rom. 7:4; 8:2; Gal. 5:18, 23; Ef. 2:15; Kol. 2:14))? Daarnaast wordt ook wel gezegd dat als we ons aan het verbod op homoseksualiteit in het OT willen houden, dit inconsequent is. Immers: in Lev. 19:19 lezen we ook dat je geen kleding mag dragen die geweven zijn uit twee verschillende soorten garen. Niemand houdt zich tegenwoordig daar toch aan, ook niet in de kerk?

Het is opvallend dat het verbod op homoseksuele praktijken algemeen gesteld is. De gangbare woorden voor “man” en “vrouw” worden gebruikt. Had de schrijver alleen willen zeggen dat cultische homoseksuele praktijken verboden zijn, dan had hij het daarvoor bestaande woord dat cultische prostitués aanduidt, kunnen gebruiken. Maar dat heeft de schrijver kennelijk bewust niet gedaan, omdat hij homoseksuele praktijken in de breedste zin van het woord afwijst. Verder zal niemand beweren dat kinderoffers brengen mag zolang het maar niet in het kader van heidense afgodendienst plaatsvindt (Lev. 18:21). Of dat je wel een incestueuze relatie mag hebben zolang die maar niet in het kader van de heidense cultus is (Lev. 18:6-18). Niemand zal een in onze tijd een incestueuze relatie (ook al is die “duurzaam en in liefde en trouw”) goedkeuren door er op te wijzen dat dergelijke verboden alleen maar in het OT worden gevonden. Wie op deze wijze het OT terzijde schuift, doet daarmee het Woord van God ernstig tekort. En daarmee ook zichzelf.

Paulus schrijft nergens dat we ons niet meer aan de wetten van het OT hoeven te houden. Regelmatig haalt Paulus de wetten uit het OT aan om te laten zien dat ook wij ze te houden hebben. Ook wij mogen niet echtbreken, overspel plegen, moorden, liegen en stelen. Paulus benadrukt dat de wet heilig en goed is (Rom. 3:31; 7:12). Wat Paulus bedoelt is dat de wet afgeschaft is als middel om behouden te worden. Alleen Christus kan ons reddende van de eeuwige straf en ons behouden in het eeuwige Koninkrijk van God brengen (Joh. 3:16). Alleen Zijn bloed kan ons redden van de ondergang. Alleen door het geloof in de Here Jezus kunnen wij behouden worden (Rom. 1:17). Alleen in de Here Jezus vindt de wet haar doel zodat iedereen die in Hem gelooft behouden wordt (Rom. 10:4).

4. Rechters 19:17-25

In dit gedeelte vinden we veel overeenkomsten met Gen. 19, dat over de geschiedenis van Sodom en Gomorrah gaat. Hier lezen we van een poging tot een homoseksuele groepsverkrachting die uitloopt in de groepsverkrachting van een vrouw die dit niet overleeft. Deze geschiedenis vindt plaats in Israël, in het gebied van Benjamin. Ook van dit gedeelte wordt vaak gesteld dat het ons niets vertelt over hedendaagse homoseksuele relaties “duurzaam en in liefde en trouw”.

5. Matth. 19 : 1-9 en Mark. 10:1-11

De Farizeeën willen weten waarom Mozes de echtscheiding heeft “voorgeschreven” of “bevolen”. De Here Jezus maakt duidelijk dat Mozes de echtscheiding nooit heeft “bevolen”, maar toegestaan omdat de Israëlieten “harteloos en koppig” zijn. Maar vanaf het begin heeft God het nooit zo gewild en bedoeld. Immers, God heeft het huwelijk bedoeld voor het leven. De “scheidbrief” werd ingesteld om de weggezonden vrouw, die in die tijd volledig rechteloos was, toch nog enige rechtsbescherming te geven.

In deze gedeelten verwijst de Here Jezus uitdrukkelijk naar het OT als het geïnspireerde en gezaghebbende Woord van God. De Here Jezus maakt daarmee duidelijk dat Hij aansluit bij wat het OT leert. De Here Jezus citeert uit Gen. 1:27 en Gen. 2:24. God heeft man en vrouw voor het leven bij elkaar gebracht. Dat wat God bij elkaar gebracht heeft, mag de mens niet scheiden. Helaas lijkt de echtscheiding, ook binnen de kerken, een geaccepteerd fenomeen te zijn geworden.

De echtscheiding, die duidelijk niet mag, wordt dus toch toegestaan. Dit wordt door sommigen gebruikt als argument om ook homoseksuele relaties “duurzaam en in liefde en trouw” te gedogen of toe te staan. Hoe sympathiek ook, in deze gedachtengang is er toch iets dat wringt. Echtscheiding en homoseksuele praktijken zijn niet met elkaar te vergelijken. In de echtscheiding wordt uitelkaar gehaald wat om wat voor reden dan ook niet meer bij elkaar past. In homoseksuele relaties wordt bij elkaar gebracht dat wat in de Bijbel al vanaf het begin niet bij elkaar hoort. Zo is het “gewoon” worden van echtscheiding binnen de kerken een argument geworden om niet of minder afwijzend te staan tegenover homoseksuele relaties en praktijken, zeker die “duurzaam en in liefde en trouw” zijn.

6. Romeinen 1 : 22-31

Romeinen 1 gaat niet over de heidenen, maar alle mensen: Joden zowel als heiden. We lezen dat God de mensen die Hem niet willen erkennen en aanvaarden als de hoogste God en Schepper, in hun lage begeert heeft uitgeleverd, waarmee zij het lichaam onteren (vs. 24). De vrouwen hebben de natuurlijke omgang ingewisseld voor de tegennatuuurlijke (vs. 26). Ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen opgegeven en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrandt (vs. 27).

Er wordt wel gesteld dat deze teksten van toepassing zijn op heteroseksuelen die homoseksuele contacten zoeken. En dat ze niet gaan over hen die als homoseksueel geboren zijn. Voor heteroseksuelen zijn homoseksuele relaties immers “onnatuurlijk”, maar voor hen die als homoseksueel zijn geboren juist weer natuurlijk. Als we deze redenering consequent volgen, dan zouden heteroseksuele contacten zondig zijn voor homoseksuelen. Anderen beweren dat Paulus hier spreekt over pederastie, dat in die tijd wijdverbreid was: een oudere man die naast zijn heteroseksuele relatie ook een (meestal niet geheel vrijwillige) homoseksuele relatie onderhield met een jongere jongeman. Het is overigens opmerkelijk dat Paulus ook lesbische relaties noemt. Die waren in die tijd namelijk veel minder gewoon dan homoseksuele relaties tussen mannen.

Maar de woorden “natuurlijk” verwijzen waarschijnlijk naar de scheppingsorde zoals we die vinden in Genesis 1. De minder gangbare woorden gebruikt voor man en vrouw vinden we namelijk ook weer terug in de oude Griekse vertaling van het OT, de LXX, in Gen. 1 en 2.  Daarnaast is het niet waarschijnlijk dat Paulus alleen naar pederastie zou verwijzen. Hij schrijft immers in vs. 27 dat mannen in hartstocht voor elkaar zijn ontbrandt en zo ontucht met elkaar plegen. Dit wijst op wederzijds vrijwillige homoseksuele contacten.

7. 1 Kor. 6 : 9-11

In 1 Kor. 6:9 noemt Paulus o.a.d de “schandknapen en knapenschenders” en vertelt dat ze geen deel zullen hebben aan het Koninkrijk van God. Wie zijn die “schandknapen” en “knapenschenders”? De “schandknapen” zijn mannen die zich als vrouwen gedragen om op deze wijze mannen te verleiden tot homoseksueel verkeer. Het woord “knapenschenders” vinden we voor het eerst bij Paulus. In andere geschriften uit die tijd wordt het niet aangetroffen. Dat betekent dat de betekenis van dit woord moeilijk te achterhalen is. Toch zijn er wel aanknopingspunten. Het woord “knapenschenders” betekent letterlijk “mannen die bij mannen in bed liggen”, en dan voor seksuele contacten. Het woord is samengesteld uit de woorden “mannen” en “bed”. Nu vinden we precies dezelfde woorden voor “mannen” en “bed” in de Septuaginta, en wel in de al besproken gedeelten Lev. 18:22 en 20:13. Paulus was goed bekend met de Septuaginta. Daarom is het niet onwaarschijnlijk dat Paulus het woord “knapenschenders” heeft samengesteld uit de woorden die we ook vinden in Lev. 18:22 en 20:13! Kennelijk sluit Paulus bewust nauw aan bij het algemene verbod op homoseksuele praktijken zoals we dat ook vinden in het OT.

In Lev. 18:22 en 20:13 is het niet waarschijnlijk dat het verbod op homoseksuele contacten alleen was voor die plaatsvonden in het kader van de heidense cultus. Zo ook hier bij Paulus in zijn eerste brief aan de Korinthiërs. Merk op hoe Paulus in het voorgaande hoofdstuk 5 een incestueuze relatie sterk afkeurt: die van een man en zijn stiefmoeder. Paulus grijpt daarbij zeer waarschijnlijk ook terug op de wetten in Leviticus. Een dergelijke relatie, ook al is die “duurzaam en in liefde en trouw” is verwerpelijk in de ogen van God.

8. 1 Tim. 1:8-11

Ook in 1 Tim. 1:10 wordt gesproken over “knapenschenders”. Het is opmerkelijk hoe Paulus ook in dit gehele hoofdstuk teruggrijpt op het OT.

die alles wat heilig is verachten of ontwijden -> Ex. 20:4-7
die vader of moeder doden -> Ex. 20:12
moordenaars -> Ex. 20:13
ontuchtplegers -> Ex. 20:14
knapenschenders -> Ex. 20:14
slavenhandelaars -> Ex. 20:10, 15, 17
leugenaars -> Ex. 20:16
plegers van meineed -> Ex. 20:16

Ook dan zien we dat de afwijzing door Paulus van homoseksuele praktijken niet een op zich zelf staand feit is, maar geworteld in het OT.

9. Judas 7 en 2 Petr. 2:6-7, 10

Deze Bijbelgedeelten werpen een licht op hoe de Bijbelschrijvers de geschiedenis van Sodom en Gomorrah hebben gezien. Judas 7 verteld dat de inwoners van Sodom “ander vlees” achterna zijn gelopen, dat tot hun vernietiging heeft geleid. Petrus schrijft dat ze door onreine verlangens werden gedreven (= letterlijk: “die het vlees achterna lopen”).

Deze gedeelten in de brieven van Judas en 2 Petrus laten zien dat de zonde waarom Sodom en Gomorrah werd gestraft, uiteraard naast andere zonden, die van de homoseksualiteit was.

2. Conclusie

De moeilijke conclusie is kort maar krachtig: de gehele Bijbel, OT en NT, wijzen duidelijke n onomwonden alle homoseksuele praktijken in de breedste zin van het woord af. Ook die homoseksuele relaties “duurzaam in liefde en in trouw”.  “Sommigen van u zijn dat ooit geweest” schrijft Paulus in 1 Kor. 6:11. Duidelijk een verleden tijd. Hij schrijft niet: “Sommigen van u zijn dat nog steeds”. Paulus wijst er nadrukkelijk op dat zij die deze dingen doen geen deel zullen hebben aan het Koninkrijk van God. Maar Paulus wijst ook op de redding die door de kracht van God in de Here Jezus door de Heilige Geest mogelijk is. Want schrijft Paulus in 1 Kor. 6:11 verder: “Maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.” Hoe sympathiek ook, in het licht van de Bijbelse gegevens is het onbegrijpelijk dat sommige kerken een homoseksuele relatie “duurzaam in liefde en trouw” toestaan of zelfs “verantwoord” noemen. Een kerk die homoseksuelen niet oproept tot het beëindigen van hun in de ogen van God verkeerde relatie, is naar mijn bescheiden mening pastoraal onverantwoord bezig.

Aan de andere kant mogen we onze ogen, maar ook onze harten, niet sluiten voor christenen die worstelen met homoseksuele gevoelens. Die christenen zijn er namelijk. Pastoraal gezien is er dus een grote uitdaging voor de kerken die vast willen houden aan wat de Bijbel, het Woord van God, leert, en tegelijkertijd homofiele broeders en zusters niet in de kou willen (en mogen!) laten staan.

One Response to De Bijbel en homoseksualiteit

  1. Unknown says:

    Ik persoonlijk denk dat als de “kerk” homo’s niet er op wijst dat men zich dient af te keren van zonden maar zegt dat het wel kan.
    Dan is men eigenlijk liefdeloos.
    Deze mens kan eeuwig verloren gaan voor God.
    Iets wat God niet wil daarom kwam Jezus.
    Liefde volgens mij naar Bijbels gebruik is elkaar de waarheid verkondigen ook als die niet is wat men wenst te horen.

    Goed geschreven en Gods zegen.

    Unknown.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *