Conservatieve theologen over homoseksualiteit

A. Dr. H. van den Belt

Het is voor de moderne westerse mens wat ongemakkelijk dat de Heilige Schrift de homoseksuele praktijk rechtstreeks verbindt met het oordeel van God, omdat in onze cultuur homoseksualiteit algemeen geaccepteerd is. We moeten bij de uitleg en toepassing van deze tekst waken voor twee uitersten. Aan de ene kant is het belangrijk te beseffen dat Paulus zich hier keert tegen bepaalde seksuele excessen en dat dat dus niet zomaar mogen toepassen op elke relatie tussen mensen van gelijk geslacht. Voor eigentijdse parallellen moet je eerder denken aan wilde praktijken in de hetero- en homoseksuele prostitutie. Anderzijds is het vanuit het geheel van de Schrift wel duidelijk dat seksuele intimiteit thuishoort binnen het huwelijk tussen een man en een vrouw en dat Paulus hierom homoseksuele praktijken als tegennatuurlijk afwijst. Ook met de hedendaagse inzichten met betrekking tot de homoseksuele geaardheid of gerichtheid blijft het staan dat God de mens als man en vrouw geschapen heeft om zo tot een vlees te zijn. De Schrift laat geen ruimte voor seksuele relaties buiten het huwelijk, maar het is niet juist wanneer we homoseksualiteit isoleren van andere zonden. Paulus gebruikt de heidens praktijken – vaak in de vorm van tempelprostitutie vermengd met vormen van afgoderij – om te laten zien dat ieder mens schuldig staat tegenover God. Omdat de heidenen Gods heerlijkheid vervangen door afgodsbeelden, de waarheid door de leugen en Gods goede gave van de seksualiteit door allerlei vormen van hetero- en homoseksuele perversiteit, heeft God hen overgegeven aan ‘verwerpelijk denken’ (vs. 28).

Dr. H. van den Belt, Goudkoorts – Bijbelstudies uit de brief aan de Romeinen, Uitgeverij Groen (2018, 1e druk) p. 23-24

B. Dr. J. I. Packer

Seksualiteit heeft dus zijn plaats in een levenslange wederzijdse trouw aan elkaar, met andere woorden, het huwelijk, waarin de seksuele ervaring steeds rijker wordt naarmate het echtpaar elkaars liefdevolle trouw in de totale relatie meer en meer zal gaan ervaren.

Verkeerde wegen

Daaruit volgt dat terloopse seks buiten het huwelijk om (als één van de twee is getrouwd ‘overspel’ en als beiden niet getrouwd zijn ‘ontucht’ genoemd) Gods ideaal niet kan vervullen, want de beloofde trouw ontbreekt. Bij terloopse seks houdt de man niet echt van een vrouw, maar hij gebruikt en bijgevolg misbruikt haar (hoe bereidwillig ze ook mag zijn). Ook masturbatie beantwoordt niet aan Gods ideaal; seksualiteit is bedoeld voor relaties, niet voor egotrips. En de bedoelde relaties zijn uitsluitend heteroseksueel bedoeld; God verbiedt en veroordeelt homoseksuele praktijken (Lev. 18:22; Rom. 1:26 e.v.). Het is tegenwoordig nodig dat we zeggen, nee, dat we luidkeels roepen dat, als we een leven uit Gods hand aanvaarden zonder (wat Kinsley noemde) ‘uitlaatkleppen’ (seks) iemand niet gekwetst wordt en dat daardoor niet noodzakelijkerwijs zijn menselijkheid te kort doet. Uiteindelijk leefde Jezus zelf, de volmaakte mens, in en onthouding, en Paulus, of hij nu weduwnaar, verlaten of nooit getrouwd was, leefde tijdens zijn hele bediening als vrijgezel. Niet iedereen, die naar een seksuele partner verlangt, krijgt er een, maar waar God ons door de omstandigheden toe roept, daartoe stelt hij ons ook in staat.

J.I. Packer, Groeien in Christus, Novapress, (1995, 6e druk), p. 220

C. Dr. J. R.W. Stott

Romans 1, “Verses 26-27 are a crucial text in the contemporary debate about homosexuality. The traditional interpretation, that they describe and condemn all homosexual behavior, is being challenged by the gay lobby.

Three arguments are advanced.

First, it is claimed that the passage is irrelevant, on the ground that its purpose is neither to teach sexual ethics, not to expose vice, but rather to portray the outworkings of God’s wrath. This is true. But if a certain sexual conduct is to be seen as the consequence of God’s wrath, it must be displeasing to him.

Secondly, ‘the likelihood is that Paul is thinking about pederasty’ (sex with a boy) since ‘there was no other form of male homosexuality in the Greco-Roman world’, and that he is opposing it because of the humiliation and exploitation experienced by the youths involved. All one can say is the text itself contains no hint of it.

Thirdly, there is the question what Paul meant by ‘nature’. Some homosexual people are urging that their relationships cannot be described as ‘unnatural’, since they are perfectly natural to them. John Boswell has written, for example, that ‘the persons Paul condemns are manifestly not homosexual: what he derogates are homosexual acts committed by apparently heterosexual people’. Hence Paul’s statement that they ‘abandoned’ natural relations, and ‘exchanged’ them for unnatural (26-27).3

Richard Hays has written a thorough exegetical rebuttal of this interpretation of Romans 1, however. He provides ample contemporary evidence the opposition of ‘natural’ (kata physin) and ‘unnatural’ (para physin) was ‘very frequently used…as a way of distinguishing between heterosexual and homosexual behavior’.

Besides, differentiating between sexual orientation and sexual practice is a modern concept; ‘to suggest that Paul intends to condemn homosexual acts only when they are committed by persons who are constitutionally heterosexual is to introduce a distinction entirely foreign to Paul’s thought-world’, in fact a complete anachronism.

So then, we have no liberty to interpret the noun ‘nature’ as meaning ‘my’ nature, or the adjective ‘natural’ as meaning ‘what seems natural to me’. On the contrary, physis (‘natural’) means God’s created order. To act ‘against nature’ means to violate the order God has established, whereas to act ‘according to nature’ means to behave ‘in accordance with the intention of the Creator’.

Moreover, the intention of the Creator means His original intention. What this was Jesus tells us and Jesus confirmed: ‘At the beginning the Creator “made them male and female” and said, “For this reason a man will leave his father and mother and be united to his wife, and the two will become one flesh.” So they are no longer two, but one.’ Then Jesus added his personal endorsement and deduction: ‘Therefore what God has joined together, let man not separate.’

In other words, God created humankind male and female; God instituted marriage as a heterosexual union; and what God has thus united, we have no liberty to separate.

This three fold action of God established that the only context which he intended for the ‘one flesh’ experience is heterosexual monogamy, and that a homosexual partnership (however loving and committed it may claim to be) is ‘against nature’ and can never be considered as a legitimate alternative to marriage.

Bron: John Stott – ROMANS 1 AND HOMOSEXUALITY

Comments are closed.