“Chaos” van dr. J. Dekker

Artikel 2

Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik weinig begrijp van dit artikel van dr. Dekker. Dat komt mede door de onduidelijkheid in zijn (hermeneutische) uitgangspunten en standpunten maar ook de verantwoording daarvan.

Schepping uit niets

Genesis 1 veronderstelt het bestaan van God. God bestaat. Hij is er. Punt. De vraag waar God vandaan kwam lijkt net zo relevant als de vraag met wie de vrijgezel getrouwd is.

Voor het scheppend handelen van deze God van de Bijbel was er niets. Er was geen ruimte. Er was een materie. Er was geen tijd. Alleen God. God heeft geen ruimte nodig om te kunnen bestaan. God is niet onderworpen aan de tijd. Dat kan ook niet, want Hij is het die de tijd heeft geschapen. God is ook niet afhankelijk van bestaande (eeuwige?) materie om iets te scheppen (scheiden). God Zelf is immers de Schepper van alle dingen!

Onze gereformeerde belijdenisgeschriften sluiten naadloos aan bij deze Bijbelse gegevens.

Artikel 1 van de 12 Artikelen van het Geloof:

  • Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

Geloofsbelijdenis van Nicea (325 A.D.):

  • Ik geloof in één God, den almachtigen Vader, Schepper des hemels en der aarde, aller zienlijke en onzienlijke dingen.

Geloofsbelijdenis van Athanasius (art. 6-10):

  • Maar de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, hebben één Godheid, gelijke eer en gelijke eeuwige heerlijkheid.
  • Hoedanig de Vader is, zodanig is ook de Zoon, zodanig is ook de Heilige Geest.
  • De Vader is ongeschapen, de Zoon is ongeschapen, de Heilige Geest is ongeschapen;
  • Onmetelijk is de Vader, onmetelijk is de Zoon, onmetelijk is de Heilige Geest;
  • De Vader is eeuwig, de Zoon is eeuwig, de Heilige Geest is eeuwig;

De nadruk in Gen. 1 is op het souvereine spreken van de ongeschapen, almachtige en eeuwige God van de Bijbel. Niets gebeurt er buiten Zijn wil om. Als Hij spreekt, dan is het er.

Dualisme?

Als je in Gen. 1 een chaostoestand vooronderstelt (zoals dr. Dekker dat doet), dan kom je hoe dan ook uit bij een dualisme, in welke vorm dan ook. Dr. Dekker lijkt de inzichten uit dit artikel te ontlenen aan dr. Walter Brueggemann. Het is goed te bedenken dat dr. Brueggemann door dr. Brevard Childs post-modern wordt genoemd. En dat is m.i. niet geheel onterecht.

Dr. Brueggemann veronderstelt “de aanwezigheid van chaosmachten”, “die niet als Gods eigen scheppingswerk worden gezien”. Dit haalt dr. Brueggemann niet uit de Bijbel. Dr. Brueggemann erkent zelf ook dat zijn visie op Gen. 1 botst met het kerkelijk belijden. De volgens dr. Brueggemann in Genesis 1 veronderstelde “aanwezigheid van chaosmachten” ziet hij als een “vorm van pastoraal realisme”. De souvereine God heeft “nog niet alle chaosmachten onder controle”.

Genesis 1 bevat pastorale elementen. Dat zijn niet de elementen die dr. Dekker en Dr. Brueggemann ons willen vertellen. Die gaan uit van een interpretatie van Genesis 1 waarbij  (heidense) motieven (die per definitie buiten-Bijbels zijn!) leidend of op z’n minst belangrijk lijken te zijn.

Het pastorale van Genesis 1 is dat God de betrokken Schepper is. Alles wat er is, al de materie, is niet door een toevallige oerknal ontstaan. Al het leven is niet door materialistische en naturalistische evolutie niet ontstaan. Alles is geschapen “naar zijn aard” door deze God van de Bijbel. In het bijzonder de mens. Deze heeft niet aapachtige voorouders, zoals de evolutietheorie ons wil doen geloven. De mens is door God uit het stof van de aarde gemaakt. God Zelf gaf het leven aan de mens door in hem de levensadem te blazen. Zo werd de mens geschapen naar Gods beeld. Ieder mens mag daarom weten dat hij/zij leeft, niet door toeval, maar omdat God hem/haar zelf het leven gegeven heeft. Daarom is ieder leven waardevol, omdat het van God Zelf afkomstig is. Ook het door ons ongewenste leven (dat daarom achteloos in abortusklinieken wordt verwijderd uit de moeder en weggegooid).

Chaos en kwaad

Er bestaan geen “chaosmachten” naast God die “potentiëel bedreigend” zouden zijn. De “duisternis” is onderdeel van Gods schepping. Het duister is nodig voor mens en vele dieren om tot rust te komen na een etmaal van licht. Sommige dieren zijn juist weer nachtdieren.

Waarom we de eerste verzen in de Bijbel niet mogen “overvragen” als het gaat om de oorsprong van het kwaad is onduidelijk. Als Genesis 1 gelezen wordt zoals dit gedeelte zich aandient, als een betrouwbare vertelling van echt gebeurde (historische ) zaken in het verleden, dan is deze vraag al niet meer relevant.

Unheimische werkelijkheid

Waarom we in Gen. 1:2 niet aan een “gewoon donker” moeten denken is niet duidelijk. Dr. Dekker vergelijkt het “donker” in Gen. 1:2 (een historisch gedeelte) met het “donker” in Ps. 91:5 (een dichterlijke tekst). Maar volgens Ps. 91 is het kwaad niet alleen in het donker. In vers 6 lezen we (en voor het verband is vers 5 ook geciteerd):

5 De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen,
ook de pijl niet die overdag op je afvliegt,
6 noch de pest die rondwaart in het donker,
noch de plaag die toeslaat midden op de dag.

Ook “midden op de dag” kan “de plaag” toeslaan!

Persoonlijk vind ik het “pastorale element” dat geopperd wordt door dr. Brueggemann, en waarin dr. Dekker hem volgt, wat ver gezocht. Het is gebaseerd op het lezen van Gen. 1 niet als een beschrijving van werkelijk gebeurde historische feiten maar als een soort gedicht. En voor dat laatste is, zoals we hebben gezien in het vorige artikel, geen enkel bewijs geleverd.

De “duisternis” is niet een kwade bijkomstigheid bij de schepping van God. De duisternis is onderdeel van Gods schepping. Van God is alles, zoals we ook lezen in Ps. 74:16 en Jes. 45:7.

Volgens dr. Dekker wordt in Gen. 1:3  alleen het “licht” goed genoemd en valt het “duister” niet “onder het oordeel ‘goed'”. Dit is geen sterk argument.

Immers, aan het eind van de 2e scheppingsdag, als er scheiding gemaakt wordt tussen de wateren op de aarde en boven de aarde, wordt ook niet expliciet vermeld dat God zag dat het “goed” was. Moeten we daaruit ook de conclusie trekken dat wat op de 2e scheppingsdag geschapen is, niet goed was?

Het oordeel over de 6 scheppingsdagen in vs. 31 is duidelijk. God zag dat alles wat Hij geschapen had, en dat is alles wat bestaat, zeer goed was.

Van u is de nacht

Jes. 45:18 spreekt tegen wat dr. Dekker beweert. Het bevestigt dat “woest en doods” in Gen. 1:2 gelezen moet worden: nog niet geschikt om bewoond te worden. Ook hier leest dr. Dekker in de “chaostoestand” iets negatiefs wat niet in de Bijbeltekst gevonden wordt. We kunnen en mogen aan het scheppingsverhaal zeker “moed en hoop ontlenen”. Maar dat is niet de “moed en hoop” die dr. Dekker vertelt. Gen.1 leert ons dat alles geschapen is door God, niets is ontstaan door toeval of buiten Gods wil om. Daarnaast verwijst Gen. 1 ons naar Openb. 21, de “nieuwe hemel en nieuwe aarde” die door de scheppende hand van God zullen komen.

‘In control’

Wat dr. Dekker schrijft over “chaoservaringen” en “angsten” komt mij nogal ongeloofwaardig over. M.i. legt dr. Dekker nu zaken in de tekst die we daar niet in kunnen terugvinden. Reden is denk ik omdat hij Genesis 1 als polemisch product ziet, geschreven in de tijd van de Babylonische ballingschap. Natuurlijk mogen we onze “chaoservaringen” en “angsten” bij God brengen. Maar zou dat nou werkelijk de boodschap zijn van Genesis 1? Waarom dr. Dekker Jes. 60:19-20 en Joh, 1:5 aanhaalt is niet duidelijk.

Het is verder opmerkelijk dat 2 Kor. 4:6 niet wordt aangehaald. Daar lezen we het volgende:

“De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.”

Kennelijk heeft de apostel Paulus het scheppen van het licht in Gen. 1:3 als een historische gebeurtenis gezien. Hij lijkt een vergelijking te leggen tussen de schepping in Genesis 1 en de herschepping van de nieuwe mens. Net zoals de aarde veranderde door het Woord van God, zo verandert ook de mens door het Woord van God. Wie leeft in het Licht van het Evangelie van God, is overgegaan van het duister naar het Licht (Ef. 5:8/1 Petr. 2:9).

God schiep het licht op de eerste dag. Dat mogen we zien als een historische gebeurtenis. Een gebeurtenis die als beeld gebruikt wordt voor onze herschepping. Van mensen die eens leefden in het duister maar nu in het Licht van het goddelijk Evangelie van de Bijbel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *