Boekbespreking: dr. G. van den Brink, En de aarde bracht voort (juni 2017)

Zoals te lezen in de pers heeft dr. G. van den Brink zojuist een belangrijke studie over het onderwerp schepping of evolutie uitgebracht. De titel van het boek luidt: En de aarde bracht voort. In het kort wil ik hieronder dit boek bespreken.

H1 Inleiding

De kernvraag van het boek is: zijn Christelijk geloof en evolutietheorie verenigbaar (1)? Dr. van de Brink geeft aan zoveel mogelijk een neutrale houding in te willen nemen (3). Hij heeft van het jonge aarde creationisme afgewezen (18) en accepteert nu de evolutietheorie “als de meest plausibele wetenschappelijke verklaring van dit moment voor de biodiversiteit op aarde” (19). Hij ziet in Gen. 1 “een soort opklimmende lijn” van “planten via kleine en grote dieren naar de mens”. “Ook de evolutietheorie onderstreept de diepgaande verbondenheid van alle aardse levensvormen met de organische en anorganische materie”. “De evolutietheorie laat eveneens een zien hoe het totale scheppingsproces op een bepaalde manier uitloopt op het op aarde verschijnen van de mens. Ook dat komt overeen met de lijn die door Genesis 1 loopt. Hij stelt verder, m.i. terecht, dat “de evolutietheorie niet, zoals vaak gedacht wordt, mede tot inhoud heeft dat het leven spontaan is ontstaan”. “Wat dat betreft past ze dus prima bij het geloof dat God de uiteindelijke Bron van het leven is zoals Genesis 1 ons dat aanreikt. (22). Gereformeerden zien de gehele Bijbel, Genesis t/m Openbaring, “in al haar variëteit als bron en norm van het geloof” (26). M.i. terecht stelt hij dat “ook gereformeerde christenen moeten leren de geloofsthema’s die hun na aan het hart liggen – bijvoorbeeld het Schriftgezag, de soevereiniteit Gods en het verbond – op enigerlei wij verbinden met zulke aardse zaken als theorievorming over het ontstaan van de biodiversiteit op aarde” (29).

H2 Evolutie – en waarom dat een gevoelig onderwerp is

Wat omvat het begrip evolutietheorie? In de biologie is het het idee dat het leven zich over grote tijdsperioden (miljoenen jaren) heeft geleidelijk heeft ontwikkeld van eenvoudige eencellige tot de complexe levensvormen zoals wij die nu kennen (36). Van den Brink onderscheidt drie niveaus: (1) historische evolutie, (2) gemeenschappelijke afstamming en (3) strong Darwinian evolution? (1) houdt in dat de gehanteerde geologische tijdschaal met een miljarden jaren oude aarde juist is. (2) houdt in dat er een historische opeenvolging aanwijsbaar is waarin de verschillende soorten op aarde verschenen. Deep time gaat over de geologische tijdschaal, en is niet direct onderdeel van de biologische evolutietheorie. De opeenvolgende levensvormen zouden uit elkaar zijn ontstaan. Volgens de theorie van gemeenschappelijke afstamming moet al het leven op aarde teruggaan op één of hooguit een paar oorspronkelijke bronnen. (3) houdt in dat het mechanisme van natuurlijke selectie op basis van willekeurige mutaties in het erfelijk materiaal de sleutel is om te begrijpen hoe eenvoudige levensvormen zich hebben geëvolueerd tot complexere levensvormen (37-38). Volgens de huidige wetenschappelijke methoden zou de aarde ca. 4,5 miljard jaar oud zijn. Volgens jongeaardecreationisten zo’n 6.000-10.000 jaren (42).

-wordt vervolgd-

Comments are closed.