Slang met vier pootjes

Vorige maand was in het nieuws dat een fossiel van een slang met vier pootjes is gevonden. Een bijzondere vondst, en veel christenen die vasthouden aan Genesis 1-11 als echt gebeurde geschiedenis, zullen onmiddellijk denken aan de geschiedenis van de zondeval in Gen. 3. God vervloekt daar ook de slang, die voortaan op zijn buik zal moeten kruipen en stof zal moeten eten (Gen. 3:14).

Maar dit fossiel is hoogstwaarschijnlijk gevormd tijdens de wereld bedekkende Zondvloed (Gen. 7-8). Fossielen ontstaan immers alleen als het dode dier of plant direct bedekt wordt met een grote hoeveelheid zand of grond. Dergelijke extreme omstandigheden waren aanwezig tijdens de Zondvloed. De Zondvloed was na de zondeval.

Volgens de evolutietheorie stammen slangen van hagedissen af. Echter is daar tot nog toe niet veel en overtuigend bewijs voor geleverd. Dit fossiel laat wel zien dat slangen altijd slangen zijn gebleven. Dit fossiel is daarom niet van een zgn. tussenvorm. Het verliezen van pootjes in de loop van de tijd is wel een aanwijzing dat de schepping, zoals de Bijbel het ook leert, na de zondeval in verval is geraakt.

This entry was posted in Schepping of evolutie. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *