Laat de Bijbel ruimte voor homoseksuele relaties “in liefde en trouw”?

Ds. J. Mudde schrijft in zijn uitvoerige studie over het onderwerp homoseksualiteit: “Uit dit verbod op de homoseksuele praxis kan niet afgeleid worden of het Oude Israël  bekend was met de mogelijkheid dat homoseksuele gevoelens aangeboren konden zijn. Wel kunnen we met een hoge mate van zekerheid zeggen dat homoseksuele relaties in liefde en trouw buiten het blikveld van Lev. 18 en 20 blijven, aangezien dergelijke relaties niet konden ontstaan in de cultuur waarin Lev. 18 en 20 geformuleerd zijn.

Met deze formulering wordt ruimte gegeven aan homoseksuele relaties “in liefde en trouw“. En dat lijkt Bijbels en sympathiek. Maar is het dat ook werkelijk? Want bovengenoemde verklaring roept m.i. ernstige vragen op.

1. Waarom kunnen we met hoge mate van zekerheid zeggen dat, omdat homoseksuele relaties “in liefde en trouw” niet in de cultuur waarin Lev. 18 en 20 geformuleerd zijn konden ontstaan, dergelijke relaties buiten het blikveld van Lev. 18 en 20 blijven? De formulering in beide gedeelten is erg duidelijk: “Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad“. M.n. de toevoeging “als met een vrouw“. Beide moeten als straf “ter dood worden gebracht“: het gaat hier dus om een homoseksuele relatie met instemming van beide partners. Waarom zou dat een homoseksuele relatie “in liefde en trouw” niet kunnen insluiten? Een seksuele relatie tussen een man en een man, zoals tussen een man en vrouw zijn kennelijk gewoon niet de bedoeling van de Schepper (Gen. 1:26, 27; 2:18-24).

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de voorgestelde uitzondering iets kunstmatigs en ongeloofwaardigs heeft.

2. Hoe zit het met vrijwillige incestueuze relaties tussen twee volwassen (Lev. 18:17, 19, 20) als deze “in liefde en trouw” zijn? Moeten we daar als kerken nu ook aan tegemoetkomen?

3. Als homoseksuele relaties “in liefde en trouw” buiten het blikveld van Lev. 18 en 20 (en kennelijk ook de rest van de Bijbel vallen), waarom zouden we over deze relaties in de kerk geen zegen kunnen vragen?

4. Is het niet merkwaardig dat we in de kerk over een homoseksuele relatie “in liefde en trouw” geen zegen willen vragen (m.i. volledig terecht), maar er kennelijk minder moeite mee hebben om een homoseksueel (die leeft “in liefde en trouw“) de handen op te leggen bij het bevestigen in het ambt.

De Bijbel laat geen enkele ruimte voor homoseksuele relaties en praktijken, ook niet die “in liefde en trouw“. Het lijk mij dan ook zeer onverstandig om binnen de kerken daarvoor ruimte te geven, en zeker niet als ambtsdrager (wat uiteraard niet mag betekenen dat we homoseksuele broeders en zusters moeten afwijzen). Doen kerken dat wel, dan kan het haast niet anders dan leiden tot aantasting van het gezag van de Bijbel als Woord van God.

Bovenstaand citaat is uit het schrijven van ds. Jan Mudde, Van sjibbolet naar sjalom: Ruimte voor homoseksuelen in de gemeente van Christus (Bijlage 4, bij het Rapport van de Commissie Ambt en Homoseksualiteit ten behoeve van de Landelijke Vergadering Zeewolde 2013 van de Nederlands Gereformeerde Kerken), p. 32.

This entry was posted in Bijbel en homoseksualiteit. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.