NGK, ambt en homoseksualiteit

De meerderheid van de door de NGK ingestelde studiecommissie “Ambt en homoseksualiteit” is van mening dat homoseksuelen die leven in een relatie van “liefde en trouw” ouderling of diaken mogen worden. Wel is de commissie van mening dat het oordeel van de Bijbel over homoseksuele contacten “uiterst negatief” is. Er wordt echter verschillend gedacht over de “hermeneutische vertaalslag” naar onze tijd en cultuur. Er is dan ook geen eensluidend antwoord op de vraag of er binnen de gemeente van Christus ruimte is voor homoseksuele relaties in “liefde en trouw”.

De Bijbel is inderdaad duidelijk in het negatieve oordeel over homoseksuele relaties. Gen. 2:18-24 maakt duidelijk dat de enige plaats waarin seksualiteit legitiem beleefd mag worden het huwelijk tussen man en vrouw is. In de Bijbel is er het kennelijk vanzelfsprekend dat huwelijk en seksualiteit door God alleen bedoeld is tussen man en vrouw. Het is dan ook opmerkelijk dat kerken ruimte zoeken voor homoseksuele relaties “in liefde en trouw”. De geboden in Levitus 18:22 en 20:13 zijn duidelijk zo algemeen opgesteld dat er geen ruimte is voor wat voor homoseksuele relatie dan ook. Paulus citeert in 1 Kor. 6:9-11 en 1 Tim. 1:10 deze gedeelten uit Leviticus. Het lijkt mij niet erg waarschijnlijk dat Paulus geen weet zou hebben gehad van homoseksuele relaties in “liefde en trouw”.

Deze toevoeging is ook opmerkelijk. De suggestie die opgewekt kan worden is dat “liefde en trouw” niet de norm zijn bij homoseksuele relaties. Homoseksuele relaties zouden geaccepteerd moeten worden als deze een afspiegeling zijn van het in de Bijbel voorgeschreven monogame huwelijk tussen man en vrouw. Het is de vraag of door homoseksuelen binnen de kerken ook zo over deze voorwaarde wordt gedacht. Ik citeer:

Aids confronteert met homoseksualiteit, biseksualiteit en promiscuïteit. De kerkelijke moraal staat daar nog steeds afwijzend tegenover. Als homoseksuele relaties al getolereerd worden, dan moeten ze een afspiegeling zijn van het huwelijk als een trouw verbond aan de ene partner. Met al dan niet openlijke promiscuïteit heeft men moeite.” (100 vragen over homoseksualiteit en kerk, (1992), blz. 113)

Onderzoek laat zien dat promiscuïteit bij homoseksuele relaties schaars is (Robert A.J. Gagnon, The Bible and homosexual practice, blz. 452-460).

Als de LV van de NGK het advies van het door de studiecommissie opgestelde rapport overneemt, is het m.i. maar de vraag of dit de kerken tot zegen zal zijn. Deze vorm acceptatie van homoseksuele relaties zal m.i. verder alleen maar bijdragen aan het uithollen van het Schriftgezag. En ook wat gereformeerden leren over de “helderheid” of “begrijpelijkheid” van de Schrift. Het zal voor velen toch merkwaardig overkomen dat homoseksuele praktijken, waarover in gehele Bijbel negatief wordt gesproken, in de kerken min of meer worden toegestaan. Het gevaar van vervreemding van de Bijbel als Woord van God is m.i. dan nadrukkelijk aanwezig.

We lezen verder dat “binnen de commise verschillend gedacht wordt over de hermeneutische vertaalslag naar onze tijd en cultuur“. Het is onduidelijk waarom het zo heldere verbod om homoseksuele praktijken, zowel in het OT als het NT, voor onze tijd en cultuur anders verstaan zou moeten worden. M.i. wordt dat wat de Bijbel duidelijk leert over homoseksuele praktijken, op deze wijze ondergeschikt gemaakt aan de tijdgeest. De studiecommissie beseft goed dat de Bijbel homoseksuele praktijken afwijst. Alleen is het duidelijk dat men dit getuigenis niet wil overnemen naar onze tijd. Terwijl toch duidelijk is dat in de Bijbel niet alleen promiscuïteit, maar ook homoseksuele praktijken in de breedste zin, worden afgewezen. De Bijbel ziet homoseksuele praktijken als intrinsiek zonde, omdat het niet beantwoordt aan de bedoeling van de Schepper. Het wekt de indruk dat sommigen in de commissie zoeken naar wegen om dat wat de Bijbel zegt, naast zich neer te leggen (onder de mom van “hermeneutische vertaalslag naar onze tijd en cultuur“).

Als de LV het advies overneemt is dat m.i. een gemiste kans om in deze wereld te laten zien dat gelovigen niet met de tijdgeest mee moeten varen, maar op het gezaghebbende en betrouwbare Woord van God.

Dat laatste laat onverlet dat de kerken met liefde en barmhartigheid moeten omzien naar hen die worstelen met hun homoseksualiteit. Maar die zorg mag nooit ten koste gaan van onze omgang met de Bijbel en wat deze ons leert over homoseksuele praktijken. Het is de plicht van iedere gelovige om andere te wijzen op dat wat God ons leert in Zijn Woord, de Bijbel.

This entry was posted in Bijbel en homoseksualiteit, Nederlands Gereformeerde Kerken. Bookmark the permalink.

3 Responses to NGK, ambt en homoseksualiteit

  1. Johan says:

    Het probleem ligt veel dieper: men bindt Gods Woord aan tijd en cultuur. God heeft alleen gesproken tot OT en NT specifieke mensen binnen een bepaalde context. Nu denken veel theologen en kerkleden (o.a. GKv en NGK) dat wij in onze tijd zelf moeten uitzoeken hoe God nu zou hebben gesproken als Hij zich tot ons zou hebben gericht. De 10 geboden en eigenlijk alle normen en waarden en verhalen uit Gods Woord zijn volgens die theorie tijdgebonden.
    Het startpunt ligt niet meer in Gods Woord, maar in de veranderingen die zich in denken en doen voltrekken. Onze menselijke inspanning en bijdrage (samen te vatten als de grotere activiteit, vergeleken met de vroegere passieve rol van de mens) is van doorslaggevend belang voor de waarheidsvinding. Gods waarheid is er niet zonder dat de mens haar formuleert. Dat met de middelen en gedachtenwereld van zijn tijd formuleren van de waarheid is wezenlijk voor de waarheid. Geen wonder dat de mens in later tijden tot andere formuleringen komt. Hij moet dat wel, want hij is een historisch wezen.
    (v.a. “Het startpunt” deels geciteerd uit WH Velema over rapport God met ons – een synodaal rapport uit de jaren 80 van de synodaal gereformeerde kerken waarin het schriftgezag onderuit werd gehaald).
    Deze (ver)oude(rde) en tegenschriftuurlijke theorie heeft consequenties voor alles wat wij (vroeger en sommigen nu nog) geloven. Met de impliciete aanvaarding van deze ‘nieuwe’ hermeneutiek heeft men in de GKv en NGK het schriftgezag in principe al terzijde gesteld. Dat gaat niet meer gebeuren, het is al gebeurd. Het zal hoogstens elke keer weer worden bevestigd. (Zie o.a. rapport NGK over de hermeneutiek t.a.v. de vrouw in het ambt en van de GKv de overeenstemming over de hermeneutiek met de NGK die hieraan ten grondslag lag).

    • SDave says:

      Ik ben het hier van harte mee eens. Het lijkt er sterk op dat wat de Bijbel toch wel heel duidelijk zegt over de homoseksuele praktijk ondergeschikt gemaakt wordt aan de geest van deze tijd. De vrijheid waartoe de Here Jezus ons geroepen heeft, leidt tot een hartelijk instemmen en vrijwillig leven naar de Gods geboden.

  2. Dirk Korf says:

    Je kunt hier alleen maar Amen op zeggen. Gods spreken is niet gebonden aan de “eeuw” waarin wij leven. Jammer dat de meerderheid op de “kansel” in de NGK daar dan anders over denken of zich niet publiekelijk uit durven spreken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.